Billijke compensatie verschuldigd voor reproductie vervaardigd met verbonden printer en pc
27-06-2013 Print this page
Auteursrechtrichtlijn raakt gebruikmaking van werken en ander beschermd materiaal niet in tijdvak tussen datum van inwerkingtreding van richtlijn en datum waarop termijn voor omzetting daarvan verstreek. In het kader van een uitzondering of beperking op reproductierecht conform richtlijn heeft toestemming van rechthebbende t.a.v. reproductie van zijn werk geen invloed op billijke compensatie. De omstandigheid dat gebruik kan worden gemaakt van technische voorzieningen doet voorwaarde van billijke compensatie voor kopiëren voor privégebruik ook niet vervallen. Reproducties vervaardigd met behulp van printer en pc, wanneer deze apparaten met elkaar verbonden zijn, valt onder “reproductie met behulp van een fotografische techniek of een andere werkwijze die een soortgelijk resultaat oplevert” in de zin van artikel 5(2)(a) van Auteursrechtrichtlijn; hiervoor is derhalve een billijke compensatie verschuldigd.
AUTEURSRECHT
De verzoeken om een prejudiciële beslissing betreffen de uitlegging van de artikelen 5 en 6 van Auteursrechtrichtlijn 2001/29/EG. In de hoofdgedingen dient het Bundesgerichtshof te beslissen of de billijke compensatie voor zover het printers en PC’s waarmee reproducties kunnen worden gemaakt betreft, enkel verschuldigd is wanneer deze zijn aangesloten op andere apparaten, zoals scanners, die ook zelf aan de vergoeding kunnen zijn onderworpen. Het heeft daarom twee prejudiciële vragen inzake de uitlegging van de richtlijn gesteld om hierover opheldering te verkrijgen. Het wenst tevens te vernemen in hoeverre de mogelijkheid om met technische voorzieningen het maken van kopieën te voorkomen of te beperken, en de impliciete of uitdrukkelijke verlening van toestemming voor het maken van reproducties, van invloed zijn op het recht op billijke compensatie. Ten slotte stelt het ook een vraag over de werking in de tijd van de richtlijn.
Het Hof (Vierde kamer) verklaart voor recht:
1) Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij raakt de gebruikmaking van werken en ander beschermd materiaal niet in het tijdvak tussen 22 juni 2001, datum van inwerkingtreding van deze richtlijn, en 22 december 2002, datum waarop de termijn voor omzetting daarvan verstreek.
2) In het kader van een uitzondering of beperking als bedoeld in artikel 5, leden 2 of 3, van richtlijn 2001/29 heeft een eventuele handeling waarbij een rechthebbende de reproductie van zijn werk of ander beschermd materiaal heeft toegestaan, geen invloed op de billijke compensatie, ongeacht of deze krachtens de toepasselijke bepaling van die richtlijn verplicht dan wel facultatief is voorzien.
3) De omstandigheid dat gebruik kan worden gemaakt van technische voorzieningen als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 2001/29, kan de in artikel 5, lid 2, sub b, van deze richtlijn gestelde voorwaarde van een billijke compensatie niet doen vervallen.
4) Het begrip „reproductie met behulp van een fotografische techniek of een andere werkwijze die een soortgelijk resultaat oplevert” in de zin van artikel 5, lid 2, sub a, van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat het reproducties omvat die worden vervaardigd met behulp van een printer en een pc, in het geval waarin deze apparaten met elkaar zijn verbonden. In dat geval staat het de lidstaten vrij een systeem in te stellen waarin de billijke compensatie wordt voldaan door degenen die beschikken over een apparaat dat op niet-autonome wijze bijdraagt tot de één geheel vormende werkwijze voor de reproductie van het werk of ander beschermd materiaal op de gegeven drager, voor zover die personen de mogelijkheid hebben de kosten van de heffing af te wentelen op hun klanten, met dien verstande dat het totale bedrag van de billijke compensatie die verschuldigd is als vergoeding van de door de auteur ten gevolge van die één geheel vormende werkwijze geleden schade, niet wezenlijk mag verschillen van het bedrag dat is vastgesteld voor de reproductie die middels één enkel apparaat wordt verkregen.
IEPT20130627, Hof van Justitie EU, VG Wort