Bevelen om valse postzegels en apparatuur te overhandigen aan PostNL versterkt met lijfsdwang
18-10-2013 Print this page
Bevelen om valse postzegels en apparaten waarmee die gemaakt zijn te overhandigen aan PostNL versterkt met lijfsdwang, nu voldoende vast staat dat gedaagden op die punten bodemvonnis niet zijn nagekomen en zij onvoldoende hebben toegelicht waarom zij niet in staat zijn geweest aan die bevelen te voldoen.
AUTEURSRECHT – PROCESRECHT
Gedaagden zijn bij vonnis van 10 april 2013 (IEPT20130410) onder meer bevolen om valse postzegels en de apparaten waarmee die gemaakt zijn, aan PostNL te overhandigen. Gedaagden hebben daaraan niet voldaan. PostNL vordert daarom thans aan die bevelen lijfsdwang te verbinden.
De voorzieningenrechter overweegt dat de bodemrechter in het eerdere vonnis de gevorderde lijfsdwang heeft afgewezen, omdat de bodemrechter er toen vanuit ging dat de dwangsomveroordelingen voldoende prikkel tot nakoming van het vonnis zouden zijn. Nu PostNL stelt dat die dwangsommen maximaal zijn verbeurd en desondanks niet aan het vonnis is voldaan, heeft zij gelet op deze gewijzigde omstandigheden belang bij een nieuwe beoordeling van de door haar gevorderde lijfsdwang in een aparte kort gedingprocedure conform artikel 586 Rv. De Nederlandse rechter is bevoegd op grond van de artikelen 102 Rv en 5(3) EEX-Vo: de postzegels zijn via het internet aangeboden, zodat het schade voortbrengende feit zich ook kan hebben voorgedaan in het arrondissement Amsterdam (r.o. 4.6). Ook is het Nederlands recht van toepassing, nu de grondslag van de vorderingen van PostNL een in Nederland begane onrechtmatige daad is (r.o. 4.7).
Nu gedaagden niet aannemelijk hebben gemaakt dat in het bodemvonnis een degelijke klaarblijkelijke misslag is begaan, is het uitgangspunt dat gedaagden zich schuldig hebben gemaakt aan postzegelfraude en moeten voldoen aan de tegen hen uitgesproken veroordelingen. Lijfsdwang is echter een ultimum remedium; daarbij dient het belang van PostNL te worden afgewogen tegen het belang van gedaagden bij niet toepassing daarvan. Indien moet worden geoordeeld dat zij buiten staat zijn aan het bodemvonnis te voldoen, behoort geen lijfsdwang te worden opgelegd. Ten aanzien van een aantal bevelen is voldoende vast komen te staan dat gedaagden op dat punt het bodemvonnis niet zijn nagekomen. De stelling van PostNL dat de maximale dwangsommen zijn verbeurd is dan ook aannemelijk. Gedaagden hebben voorts onvoldoende toegelicht waarom zij niet in staat zijn geweest om aan dat bevel te voldoen, zodat het belang van PostNL bij de gevorderde lijfsdwang zwaarder dient te wegen dan het belang van gedaagden. De vorderingen van PostNL worden derhalve (gedeeltelijk) toegewezen.
IEPT20130705, Rb Amsterdam, PostNL