Matiging van dwangsommen en proceskostenveroordeling

16-07-2013 Print this page
IEPT20130709, Hof Den Haag, Artiestenverloning v Artiestenverloningen
(Met dank aan Rutger van Rompaey, QuestIE Advocatuur)

Hof in kort geding volgt eerdere bodemvonnis. Wel worden de dwangsommen en de proceskostenveroordeling gematigd.

HANDELSNAAMRECHT - DOMEINNAAM

Hoger beroep in kort geding tegen IEPT20110915 (vzr). Zie ook IEPT20121114 (rb bodemprocedure), waarin de rechtbank Dordrecht in conventie oordeelde dat het beroep van Artiestenverloningen op artikel 5 Hnw faalt nu Prae Artiestenverloning haar domeinnaam artiestenverloning.nl niet als handelsnaam gebruikt, en dat het gebruik van deze domeinnaam door Prae onrechtmatig is. In reconventie heeft de rechtbank Artiestenverloningen verboden om een domeinnaam te registeren en/of geregistreerd te houden die identiek is of overeenstemt met de handelsnaam Prae Artiestenverloning.

Nu de bodemrechter reeds een vonnis in de hoofdzaak heeft gewezen, dient het gerechtshof in kort geding zijn uitspraak in beginsel af te stemmen op het oordeel van de bodemrechter, tenzij sprake is van een klaarblijkelijke misslag.  Dit is hier echter niet aan de orde, zodat het hof oordeelt overeenkomstig het bodemvonnis. Wel matigt het hof de dwangsommen, die in eerste aanleg op € 100.000,- waren gemaximeerd, en thans op € 15.000,- worden gemaximeerd. Ook de proceskostenveroordeling die de voorzieningenrechter in de rechtbank Dordrecht zelfstandig heeft begroot op € 5.000,- wordt gematigd.

IEPT20130709, Hof Den Haag, Prae v Artiestenverloningen