Kortere maximum reclamezendtijd voor betaalzenders toegestaan

18-07-2013 Print this page
IEPT20130718, HvJEU, Sky Italia v AGCOM

Kortere maximumzendtijden voor tv-reclame betaalzenders toelaatbaar met inachtneming van evenredigheidsbeginsel

MEDIARECHT

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 4(1) van richtlijn audiovisuele mediadiensten, het algemene beginsel van gelijke behandeling, de artikelen 49 VWEU, 56 VWEU en 63 VWEU, alsook artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Sky Italia en de Autorità per le Garanzie nelle Comunicazioni (autoriteit die toezicht houdt op de media, “AGCOM”) betreffende een besluit waarbij deze laatste Sky Italia een boete heeft opgelegd wegens overtreding van de nationale voorschriften betreffende de uitzending van televisiereclame.  De verwijzende rechtelijke instantie wenst te vernemen of genoemde artikelen en vrijheden aldus moeten worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale regeling, die voor betaalzenders kortere maximumzendtijden voor televisiereclame vastlegt dan voor vrij toegankelijke zenders. Het Hof (Tweede kamer) verklaart voor recht:

Artikel 4, lid 1, van richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten), alsook het beginsel van gelijke behandeling en artikel 56 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat zij in beginsel niet in de weg staan aan een nationale regeling zoals die aan de orde in het hoofdgeding, die voor betaalzenders kortere maximumzendtijden voor televisiereclame vastlegt dan voor vrij toegankelijke zenders, mits – hetgeen ter beoordeling is van de verwijzende rechterlijke instantie – het evenredigheidsbeginsel wordt geëerbiedigd.

Enkele overwegingen:
18      Met betrekking tot de beginselen en de doelstellingen van de regels inzake de zendtijden voor televisiereclame die de richtlijnen op het gebied van de audiovisuele mediadiensten opleggen, heeft het Hof verklaard dat die regels gericht zijn op het tot stand brengen van een evenwichtige bescherming van de financiële belangen van de televisieomroeporganisaties en de adverteerders enerzijds, en de belangen van de houders van rechten, te weten de auteurs en ontwerpers, en van de televisiekijkers als consumenten anderzijds (zie in die zin arrest Commissie/Spanje, reeds aangehaald, punt 44 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

19      Zoals de advocaat-generaal in punt 40 van zijn conclusie met betrekking tot de onderhavige zaak heeft opgemerkt, verschilt de evenwichtige bescherming van bedoelde belangen naargelang de televisie-omroepmaatschappijen al dan geen betaalzenders zijn.

20      Zo moet worden vastgesteld dat, aangaande de regels op het gebied van de zendtijd voor televisiereclame, de financiële belangen van de betaalzenders verschillen van die van de vrij toegankelijke zenders. Terwijl de eerste inkomsten hebben uit de abonnementen van de kijkers, hebben de tweede een dergelijke rechtstreekse financieringsbron niet en moeten zij zich financieren hetzij met de opbrengsten van televisiereclame, hetzij met andere financieringsbronnen.

21      Een dergelijk verschil plaatst de betaalzenders voor de financiële weerslag van de voorschriften op het gebied van zendtijd voor televisiereclame op hun financieringsmodaliteiten in beginsel in een objectief verschillende situatie.

22      Bovendien is de situatie van de kijkers objectief verschillend naargelang zij gebruikmaken van de diensten van een betaalzender, in welk geval zij de hoedanigheid van abonnee hebben, of van die van een vrij toegankelijke zender. Bedoelde abonnees onderhouden immers een rechtstreekse commerciële betrekking met hun omroepmaatschappij en betalen een prijs voor het genot van de televisieprogramma’s.

23      Hieruit volgt dat de nationale wetgever, bij het zoeken naar een evenwichtige bescherming van de financiële belangen van de televisie-omroepmaatschappijen en de belangen van de kijkers op het gebied van televisiereclame, verschillende maximumzendtijden voor die reclame heeft kunnen vaststellen naargelang het al dan geen betaalzenders betreft, zonder het beginsel van gelijke behandeling te schenden.

IEPT20130718, HvJEU, Sky Italia v AGCOM