Merkinbreuk: indruk gewekt dat economische band bestaat met Zumba Fitness
13-08-2013 Print this page
Nederlandse rechter bevoegd terzake merkinbreuk: forumkeuzebeding dat Amerikaanse rechter aanwijst is niet van toepassing. Merkinbreuk: ZUMBA-merken en daarmee overeenstemmende tekens (handelsnamen Zumba Holland en Zumba Holland Groningen) niet slechts gebruikt in verband met door officiële ZIN-leden te geven Zumbalessen (artikel 2.23(1)(c) BVIE), nu indruk wordt gewekt dat economische band bestaat tussen Zumba Fitness en (sportschool van) appellant, waar ook andere lessen worden gegeven, terwijl hiervoor geen andere handelsnaam wordt gebruikt. Ook merkinbreuk door gebruik van domeinnaam zumbaholland.com, teken zumba als metatag en gebruik van merk binnen sociale media. Enkele registreren en geregistreerd houden van Zumba-handelsnaam maakt echter geen inbreuk.
MERKENRECHT – HANDELSNAAMRECHT - PROCESRECHT
Vervolg op IEPT20111017 (vzr). Zumba Fitness houdt zich bezig met het ontwikkelen van fitness programma’s en het opleiden van fitness instructeurs, en is houdster van een aantal Benelux- en Gemeenschapswoordmerken en woord/beeldmerken, die bestaan uit het woord “ZUMBA” of waarvan het woord “ZUMBA” onderdeel uitmaakt. Appellant is lid geworden van het Zumba Instructor Network (ZIN) en is een ZIN-overeenkomst met Zumba Fitness aangegaan, op grond waarvan hij gerechtigd is de ZUMBA-merken te gebruiken. Deze overeenkomst is op 19 augustus 2011 beëindigd. Zumba Fitness vordert nu een verbod op inbreuk op haar merkrechten, waaronder het gebruik van overeenstemmende handelsnamen Zumba Holland en Zumba Holland Groningen, de domeinnaam zumbaholland.com, gebruik van de merken als metatag, in promotiemateriaal en binnen sociale media. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen toegewezen.
Het hof oordeelt dat niet kan worden aangenomen dat de onderhavige inbreukvorderingen worden bestreken door het forumkeuzebeding, zoals opgenomen in de ZIN-overeenkomst en op grond waarvan de Amerikaanse rechter exclusief bevoegd is. De Nederlandse rechter is derhalve bevoegd.
Nu de ZIN-overeenkomst rechtsgeldig is beëindigd, is appellant niet meer gerechtigd de ZUMBA-merken te gebruiken. Het verweer van appellant dat hij de ZUMBA merken en daarmee overeenstemmende tekens (bovenstaande handelsnamen) offline slechts gebruikt in verband met door ZIN-leden te geven Zumbalessen (artikel 2.23(1)(c) BVIE) wordt door het hof verworpen. Er wordt immers de indruk gewekt dat er een economische band bestaat tussen Zumba Fitness en (de sportschool) van appellant, waar immers ook andere lessen worden gegeven, terwijl niet aannemelijk is geworden dat daarvoor een andere handelsnaam of inschrijfformulier wordt gebruikt. Inbreuk staat daarmee vast. Het enkele registreren en geregistreerd houden van een ZUMBA-handelsnaam maakt echter geen inbreuk, zodat de grief tegen dit oordeel van de voorzieningenrechter slaagt.
Ook het gebruik van voornoemde domeinnaam, het teken zumba als metatag en het gebruik van het merk of een overeenstemmend teken binnen sociale media, voor zover door dit laatste gebruik bij het publiek de indruk kan ontstaan dat er (nog steeds) een economische band bestaat tussen appellant en Zumba Fitness, vormt merkinbreuk. Nu de grieven deels slagen en voor het overige falen, zal het bestreden vonnis deels worden vernietigd.
IEPT20130723, Hof Den Haag, Zumba Fitness