20-jaars verjaringstermijn billijke vergoeding artikel 7 WNR

26-07-2013 Print this page
IEPT20130724, Rb Den Haag, SENA v SCOEZH

20-jaars verjaringstermijn: verplichting tot betaling billijke vergoeding artikel 7 WNR is verbintenis uit de wet met een eigen aard. Met NLCR overeengekomen tarieven geen leidraad nu luisterdichtheid en uitzenduren niet zijn verdisconteerd. Sena behoefde uit de ondertekening met “Accoord onder protest en onder voorbehoud van alle rechten” niet te begrijpen dat SCOEZH zich niet wilde binden aan billijke vergoeding voor kabeldoorgifte. Overeenkomst ziet niet op etheruitzending; criteria voor billijke vergoeding

NABURIGE RECHTEN

Sena behoefde uit de ondertekening met “Accoord onder protest en onder voorbehoud van alle rechten” niet te begrijpen dat SCOEZH zich niet wilde binden aan billijke vergoeding voor kabeldoorgifte
• [...] begrijpt de rechtbank het standpunt van SCOEZH aldus, dat het voorbehoud niet zag op specifieke uitzonderingen, maar dat SCOEZH zich in het algemeen het recht wilde voorbehouden om (met terugwerkende kracht) de tarieven bepaald in artikel 3 opnieuw uit te onderhandelen. Als dat inderdaad haar bedoeling was ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, had SCOEZH het aanbod van SENA net zo goed kunnen afwijzen en, als zij vervolgens geen aanbod ontving dat wel aanvaardbaar was, een billijke vergoeding kunnen laten vaststellen door de rechtbank op grond van artikel 7 lid 3 WNR. De overeenkomst had immers voornamelijk tot doel de hoogte van een billijke vergoeding tussen partijen vast te stellen. Nu zij de overeenkomst wel ondertekend aan SENA heeft geretourneerd, behoefde SENA niet te begrijpen dat SCOEZH zich niet wilde binden aan het bepaalde in artikel 3 van de overeenkomst.

Overeenkomst ziet niet op etheruitzending; criteria voor billijke vergoeding
• Dit betekent dat de rechtbank op grond van artikel 7 lid 3 WNR een billijke vergoeding dient vast te stellen. Bij die beoordeling dienen de omstandigheden opgesomd in de hiervoor al genoemde arresten in de SENA/NOS zaak te worden betrokken: het aantal uren dat het programma wordt uitgezonden, de luisterdichtheid van het betreffende station, de bij overeenkomst vastgestelde tarieven op het gebied van de rechten voor uitvoering en uitzending van door het auteursrecht beschermde muziekwerken, de tarieven die in de buurlanden worden toegepast en de door andere commerciële en publieke regionale omroepen betaalde bedragen.

Met NLCR overeengekomen tarieven geen leidraad nu luisterdichtheid en uitzenduren niet zijn verdisconteerd
• Gelet op de tariefstructuur is wel duidelijk dat bij de minimumvergoeding in ieder geval niet wordt gekeken naar de luisterdichtheid van het betreffende radiostation en het aantal uren dat het programma wordt uitgezonden. Onder deze omstandigheden kunnen de tarieven die SENA met NLCR overeengekomen is, niet als leidraad dienen.

20-jaars verjaringstermijn: verplichting tot betaling billijke vergoeding artikel 7 WNR is verbintenis uit de wet met een eigen aard
• SCOEZH heeft zich ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor etheruitzending tevens beroepen op verjaring. Dat verweer wordt niet gehonoreerd. Bij gebreke van een specifieke afwijkende verjaringstermijn verjaart een vordering op grond van artikel 3:306 Burgerlijk Wetboek (BW) door verloop van twintig jaar. De onderhavige vordering vloeit niet voort uit een overeenkomst, zodat de kortere verjaringstermijn van artikel 3:307 BW niet van toepassing is. De vordering vormt ook geen vergoeding van schade. De verplichting tot betaling van een billijke vergoeding in artikel 7 WNR vormt een verbintenis uit de wet met een eigen aard, geen schadevergoeding. Immers, mits een billijke vergoeding wordt betaald door de gebruiker beschikt de rechthebbende niet over een verbodsrecht. Dat verbodsrecht herleeft als er geen billijke vergoeding wordt voldaan, in welk geval de rechthebbende weer recht krijgt op vergoeding van zijn schade. Bij de billijke vergoeding is er van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding derhalve geen sprake. Ook de kortere verjaringstermijn van artikel 3:310 BW is dus niet van toepassing. Nu er nog geen twintig jaar zijn verstreken sinds het ontstaan van de vordering van SENA, is die nog niet verjaard.

IEPT20130724, Rb Den Haag, SENA v SCOEZH