Idee van "Hollandse Meesters in 21e eeuw" is niet zonder meer auteursrechtelijk beschermd format

12-11-2013 Print this page
IEPT20130731, Rb Amsterdam, Hollandse Meesters

Idee om serie gefilmde portretten te maken van hedendaagse Nederlandse beeldende kunstenaars is niet zonder meer een auteursrechtelijk beschermd format: idee moet voldoende zijn geconcretiseerd en vormgegeven. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat zij met gedaagden mondeling is overeengekomen dat zij voor iedere serie van 20 afleveringen een vergoeding ter zake ontwikkelingskosten zou krijgen.

AUTEURSRECHT – OVEREENKOMST

Partijen hebben samengewerkt aan de ontwikkeling en uitwerking van een multimediaal project met de titel “Hollandse Meesters in de 21e eeuw”, wat een reeks van 20 gefilmde portretten van gerenommeerde Nederlandse beeldende kunstenaars in de 21 eeuw betreft. Eiser stelt nu dat Interakt en de Stichting toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de met eiser gemaakte afspraken ten aanzien van de te betalen vergoedingen inzake honorarium en ontwikkelingskosten, en het doen van opgave. Voorts stelt eiser dat zij een formatrecht heeft op het auteursrechtelijk beschermde format van Hollandse Meesters en dat gedaagden onrechtmatig handelen door de exploitatie van het format voort te zetten zonder daarvoor aan eiser een formatfee te betalen en door de naam van eiser niet langer te vermelden.

Hoewel eiser geen partij is bij de overeenkomst tussen Interakt en de Stichting, en de Letter of Intent (LOI), bevatten beiden wel degelijk verplichtingen jegens eiser in persoon. Ter onderbouwing van de door eiser gestelde mondelinge afspraken tussen eiser en Interakt en de Stichting, acht de rechtbank de inhoud van de LOI en de overeenkomst dus toch relevant. Eiser heeft echter onvoldoende onderbouwd gesteld dat zij met Interakt en de Stichting mondeling is overeengekomen dat zij voor iedere serie van 20 portretten een vergoeding van € 10.000 ter zake ontwikkelingskosten zou ontvangen. Dit geldt slechts voor de eerste serie van 20 afleveringen. Nu gedaagden stellen dat een nadere overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, waarin van de oorspronkelijke afspraken (ook omtrent genoemde vergoeding) is afgeweken, zal de rechtbank gedaagden in de gelegenheid stellen dit bewijs te leveren. Dat er afspraken zijn gemaakt met eiser over het doen van opgave in verband met winstdeling is onaannemelijk, nu een stichting geen winstuitkeringen mag doen en Interakt onweersproken heeft gesteld dat zij geen inkomsten genereert omdat eventuele verdiensten direct terugvloeien naar de subsidieverstrekkers.

De rechtbank is verder van oordeel dat eiser onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld “dat de serie Hollandse Meesters een auteursrechtelijk beschermd format heeft. Het idee om een serie gefilmde portretten te maken van hedendaagse Nederlandse beeldende kunstenaars komt niet voor bescherming in aanmerking. Een idee moet voldoende zijn geconcretiseerd en vormgegeven om als format te kunnen worden beschermd.” Eiser heeft onvoldoende onderbouwd welke originele, concrete elementen en vormaspecten er volgens haar toe leiden dat Hollandse Meesters een beschermd format heeft, zodat zij geen recht heeft op de door haar gevorderde vergoeding voor openbaarmaking van de serie door de coproducent. Wel worden gedaagden veroordeeld om de naam van eiser als producent (blijven) te vermelden bij iedere vorm van exploitatie van de eerste serie van Hollandse Meesters, nu gedaagden deze afspraak niet altijd zijn nagekomen. Iedere verdere beslissing in conventie en voorwaardelijke reconventie wordt aangehouden.

IEPT20130731, Rb Amsterdam, Hollandse Meesters