Reobijn als opdrachtgever aansprakelijk voor ten gehore doen brengen van Buma-repertoire

15-08-2013 Print this page
IEPT20130731, Rb Overijssel, Buma v Reobijn

Ruime betekenis toegekend aan begrip openbaarmaking: Reobijn is opdrachtgever van personeelsfeest, waarbij zij oogmerk had aan personeel ten gehore doen brengen van muziek, uitgevoerd door artiest, en dient derhalve te worden aangemerkt als degene die openbaar heeft gemaakt. Beroep op vrijwaring door X (opdrachtnemer) gegrond: mondelinge overeenkomst dat overeengekomen bedrag all-in-prijs zou zijn en lag op weg van X als deskundig uit hoofde van zijn bedrijfsvoering om Reobijn te wijzen op eventuele heffing van Buma.

AUTEURSRECHT - PROCESRECHT

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring. Op 9 mei 2009 heeft een personeelsfeest van Reobijn plaatsgevonden; tijdens dit feest heeft een artiest opgetreden, die ingehuurd was door X in opdracht van Reobijn. Reobijn heeft daartoe aan X een bedrag van € 20.925 voldaan. Buma heeft aangegeven dat tot op heden Reobijn aan Buma geen opgave heeft gedaan van de muziek van het Buma-repertoire die op het feest ten gehore is gebracht en geen afdracht heeft gedaan met betrekking tot deze muziek. Reobijn heeft X in vrijwaring opgeroepen, omdat zij meent dat zij met X een zogenaamde all-in-prijs is overeengekomen, op grond waarvan zij mocht vertrouwen dat eventuele heffingen en aanspraken door X zouden worden voldaan.

In de hoofdzaak oordeelt de rechtbank dat een ruime betekenis moet worden toegekend aan het begrip openbaarmaking en Reobijn als opdrachtgever van het persoonsfeest dient te worden aangemerkt, waarbij zij als oogmerk heeft gehad het aan haar personeel ten gehore doen brengen van muziek, uitgevoerd door de artiest. Reobijn moet derhalve worden aangemerkt als degene die openbaar heeft gemaakt. Haar verweren dat andere partijen degene(n) zijn die openbaar hebben gemaakt, doen daar niet aan af: weliswaar zijn deze andere partijen (zoals X, optredend artiest en de theaterzaal waar het feest plaatsvond) onmisbare schakels in de uitvoering van de muziek, maar Reobijn moet worden gezien als initiator en eindafnemer. Buma spreekt Reobijn dus terecht aan, zodat het gevorderde inbreukverbod, de gevorderde opgave en betaling van de verschuldigde vergoeding worden toegewezen.

In vrijwaring wordt vastgesteld dat er geen sprake is van een schriftelijke overeenkomst tussen partijen. De door Reobijn overgelegde schriftelijke verklaringen zijn echter voldoende geloofwaardig bewijs van de stelling dat mondeling is overeengekomen dat het door Reobijn te betalen bedrag een all-in-prijs zou zijn. Uit de algemene voorwaarden van X volgt vervolgens dat hij er van op de hoogte is dat een heffing van Buma mogelijk is. Het had op de weg van X gelegen om Reobijn daarop te wijzen, nu X niet onderbouwd heeft hoe Reobijn hiervan op de hoogte had kunnen zijn, terwijl X als ter zake deskundig heeft te gelden uit hoofde van zijn bedrijfsvoering. Het beroep van Reobijn op vrijwaring door X is dus gegrond: de vordering zal worden toegewezen voor zover deze ziet op het doen van opgave, maar zal worden afgewezen voor zover deze ziet op de veroordeling van X om aan Reobijn te betalen al datgene waartoe Reobijn in de hoofdzaak jegens Buma mocht worden veroordeeld, omdat deze vordering onvoldoende bepaalbaar is.

IEPT20130731, Rb Overijssel, Buma v Reobijn