Opschorting betaling licentievergoeding toneelstuk wegens twijfel incassobevoegdheid
06-08-2013 Print this page
Auteursrechtinbreuk door toneelstukken op te voeren zonder opvoeringslicentie: erkend door Drijfzand en Bredero vertegenwoordigingsbevoegd ten aanzien van auteursrechten van rechthebbenden. Drijfzand kon incassobevoegdheid op redelijke gronden in twijfel trekken, zodat Drijfzand in gegeven omstandigheden nakoming van verplichting tot betaling van licentievergoeding mocht opschorten en hiermee geen tekortkoming jegens Drijfzand heeft gepleegd. In reconventie gevorderde matiging licentievergoedingen en restitutie gedeelte van door Drijfzand reeds betaalde vergoeding aan Bredero wegens onverschuldigde betaling als niet voldoende feitelijk onderbouwd afgewezen. Door Bredero bij akte verminderde bedrag aan licentievergoedingen leidt ertoe dat Drijfzand een bedrag van € 91,05 onverschuldigd heeft voldaan aan Bredero. Compensatie 1019h Rv proceskosten wegens onder meer nodeloos entameren van procedure door Bredero en afwijzen van reconventionele vorderingen.
AUTEURSRECHT
Gedaagde Drijfzand is een amateurtheatergezelschap, dat de toneelstukken ‘Prettige Feestdagen’ en ‘Kattenmoeras’ heeft opgevoerd. Eiseres Bredero heeft vervolgens aan Drijfzand facturen gezonden betreffende de opvoeringsrechten voor deze toneelvoorstellingen, waarop staat vermeld dat na betaling toestemming zou worden verkregen voor opvoering van de toneelstukken. Drijfzand heeft beide facturen lange tijd onbetaald gelaten, maar het totale bedrag een maand na het uitbrengen van de dagvaarding toch voldaan. Bredero vordert nu voor recht te verklaren dat Drijfzand inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van de rechthebbenden van genoemde toneelstukken en vergoeding van de hierdoor geleden schade.
Er is sprake van auteursrechtinbreuk, nu Drijfzand heeft erkend dat dat zij beide toneelstukken heeft opgevoerd zonder een opvoeringslicentie. Het verweer dat Bredero zich niet kan beroepen op het auteursrecht van de verschillende rechthebbenden faalt, nu op grond van verklaringen van de rechthebbenden volgt dat Bredero vertegenwoordigingsbevoegd is ten aanzien van hun auteursrechten en dat Bredero derhalve Drijfzand vanwege inbreuk in rechte kan en mag betrekken. De gevorderde verklaring voor recht is daarmee toewijsbaar.
De rechtbank gaat wel mee in het verweer van Drijfzand dat tot het moment dat Bredero inzichtelijk maakte dat zij incassobevoegd was (pas na dagvaarding) Drijfzand op redelijke gronden mocht twijfelen aan wie de betaling moest geschieden. Nu Drijfzand een bedrag voor opvoeringsrechten heeft gereserveerd en niet onwelwillend tegenover betaling van vergoedingen stond, heeft Drijfzand te goeder trouw heeft gehandeld. Aan Drijfzand komt in de gegeven omstandigheden de bevoegdheid tot opschorting van nakoming van de verplichting tot betaling van de licentievergoedingen toe, zodat Drijfzand jegens Bredero geen tekortkoming heeft gepleegd.
De in reconventie gevorderde matiging van de licentievergoedingen en restitutie van het gedeelte van de door haar reeds betaalde vergoeding aan Bredero wegens onverschuldigde betaling worden als niet voldoende feitelijk onderbouwd afgewezen. Het door Bredero bij akte verminderde bedrag aan licentievergoedingen (incl. wettelijk rente) komt de rechtbank niet onredelijk of ongegrond voor, maar leidt er wel toe dat Drijfzand een bedrag van € 91,05 onverschuldigd heeft voldaan aan Bredero. De 1019h Rv proceskosten worden gecompenseerd wegens onder meer het nodeloos entameren van de procedure door Bredero en het afwijzen van de vorderingen in reconventie.
IEPT20130731, Rb Rotterdam, Bredero v Drijfzand