Nieuwsuur mag bewakingsbeelden van Novo uitzenden

12-08-2013 Print this page
IEPT20130805, Rb Midden-Nederland, Novo v NOS

Geen uitzendverbod voor Nieuwsuur t.a.v. beeldmateriaal van Novo: gelet op belang van aan orde zijnde onderwerp, illustratie van dat onderwerp aan hand van camerabeelden, voorgenomen wijze van presenteren, toegezegde inachtneming van maatregelen om identiteit van medewerkers af te schermen en aan Novo aangeboden mogelijkheid tot geven van visie in uitzending, wegen door Novo gestelde belangen niet op tegen belang van NOS bij uitzending van bewakingsbeelden.

PUBLICATIE

Eiseres Novo is een AWBZ-instelling op het gebied van begeleiding, wonen, werken en behandeling van mensen met een verstandelijke handicap. Op één van de locaties van Novo heeft in 2012 een fysieke interventie plaatsgevonden tussen vier medewerkers en een daar wonende cliënte; kort hierna is zij overleden. De redactie van Nieuwsuur, een programma van NOS, is voornemens een uitzending te wijden aan hetgeen op die avond is voorgevallen en beschikt over een dvd met bewakingsbeelden. Novo vordert nu een verbod op het uitzenden van de videobewakingsbeelden en vernietiging van de dragers van het beeldmateriaal. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af:

4.13. Het belang van Novo dat gegevens uit de behandelrelatie met [mevrouw]niet (verder) naar buiten komen dan mevrouw G, naar inschatting van Novo, zou hebben gewild, heeft hier geringe betekenis. Niet alleen heeft Novo de door haar gemaakte inschatting niet met feiten en omstandigheden onderbouwd, doch daarnaast komt hier gewicht toe aan de omstandigheid dat de nabestaanden van [mevrouw]zich tegen het gebruik van de camerabeelden niet verzetten en dat NOS c.s. met hen in gesprek is over de wijze waarop [mevrouw]daarbij in beeld zal worden gebracht. […]

4.14. Ook het door Novo gestelde algemene belang van het cliëntenvertrouwen in het geheim zijn en blijven van vertrouwelijke behandelgegevens – hoewel in het algemeen zwaarwegend – is in het licht van onderhavige omstandigheden van gering gewicht. Nu hier vast staat dat de camerabeelden aan derden en uiteindelijk aan NOS c.s. bekend zijn geworden, zonder dat daarbij sprake was van het door Novo schenden van haar geheimhoudingsplicht, is het verband tussen het (verdere) gebruik van die beelden door NOS c.s. en het gestelde algemene belang te ver verwijderd om hier aan dat belang aanmerkelijke betekenis te geven.

4.15. Het belang van de desbetreffende medewerkers van Novo om niet op televisie met de camerabeelden te worden geconfronteerd is hier evenmin van doorslaggevend belang. Gegeven is nu eenmaal dat het NOS c.s. vrij staat om de voorziene uitzending te maken in de onder 4.7 omschreven zin, waartoe behoort de kennisgeving van het noodlottige voorval rond [mevrouw]en de omstandigheden waaronder dit plaatsvond. Het belang van de desbetreffende medewerkers is aldus, naar ook Novo zelf stelt, vooral erin gelegen dat zij niet worden herkend en vervolgens door derden (op onheuse wijze) op hun handelen aangesproken worden. Nu NOS c.s. heeft toegezegd dat de desbetreffende medewerkers onherkenbaar in beeld zullen worden gebracht en dat hun personalia ongenoemd zullen blijven (aan welke toezegging NOS c.s. mag worden gehouden), moet hun belang niet te (kunnen) worden herkend, geacht worden voldoende te zijn gediend. […]

4.16. Tegenover het belang van NOS c.s. om de voorgenomen uitzending te maken, zoals hiervoor overwogen ten aanzien van het belang van het aan de orde zijnde onderwerp, de illustratie van dat onderwerp aan de hand van de camerabeelden, de voorgenomen wijze van presenteren van het noodlottige voorval rond [mevrouw] (niet in strafrechtelijk verband maar in het verband van de kwaliteit van zorg) en de toegezegde inachtneming van de maatregelen die de identiteit van de desbetreffende medewerkers afschermen, zijn de door Novo gestelde belangen niet van zodanig gewicht dat de voormelde belangenafweging in haar voordeel behoort uit te vallen, mede in acht genomen de aan Novo geboden mogelijkheid in de uitzending haar visie naar voren te brengen. Dat betekent dat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake is van een terechte vordering van Novo, reden waarom het gevorderde dient te worden afgewezen.

IEPT20130805, Rb Midden-Nederland, Novo v NOS