Geldig Gemeenschapsmodel voor UGG Bailey Button. Hoewel sheepskin boot al decennia oud is en als zodanig niet voor modelrechtelijke bescherming in aanmerking komt, kan de wijze waarop daar in praktische zin vorm aan is gegeven wel worden beschermd. Niet kunnen bewijzen dat Gemeenschapsmodel op grond van vormgevingserfgoed niet of nauwelijks beschermingsomvang toekomt. Hoewel aanbrengen van gequilte en niet-gequilte naden, overslag en uitsteken van wollen binnenzijde van schoen als zodanig technische functie hebben, is specifieke vorm die daarvoor is gekozen wel beschermd. Overeenstemmende totaalindrukken UGG Bailey Button en Intermedium Schoen: verschillen zijn zodanig klein en ondergeschikt dat ook bij geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk zal worden gewekt. Irrelevant dat Intermedium Schoen – in afwijking van het Gemeenschapsmodel - niet met omgekrulde overslag wordt verkocht, aangezien Intermedium onvoldoende gemotiveerd heeft bestreden dat ook Intermedium Schoen tijdens het dragen zal gaan omkrullen.
MODELRECHT
Eiseres Intermedium is een Nederlandse schoenenproducent, die onder het merk BAMA de volgende schoen op de markt brengt (“de Intermedium Schoen”). In deze procedure vraagt Intermedium - onder meer - een verklaring voor recht dat de Intermedium schoen geen inbreuk maakt op het door Deckers gedeponeerde Gemeenschapsmodel voor de UGG Bailey Button. Deckers verweert zich en vordert in reconventie een verbod (en de gebruikelijk nevenvorderingen) wegens inbreuk op de aan haar toekomende modelrechten. De rechtbank wijst de vorderingen in conventie af en beveelt Intermedium onder meer iedere inbreuk op het Gemeenschapsmodel van Deckers te staken en gestaakt te houden.
Nu de geldigheid van het Gemeenschapsmodel nadrukkelijk niet door Intermedium aan de orde wordt gesteld, gaat de rechtbank uit van de geldigheid ervan. Vervolgens beoordeelt de rechtbank de beschermingsomvang van het Gemeenschapsmodel. Hoewel de sheepskin boot (een comfortabele schoen van schapenvacht, die wordt gebruikt om voeten warm en droog te houden) al decennia oud is en als zodanig niet voor modelrechtelijke bescherming in aanmerking komt, kan de wijze waarop daar in praktische zin vorm aan is gegeven wel op basis van het modelrecht worden beschermd. Daarbij heeft Intermedium op basis van de grote hoeveelheid door haar overgelegde afbeeldingen niet kunnen bewijzen dat het Gemeenschapsmodel op grond van het vormgevingserfgoed niet of nauwelijks beschermingsomvang toekomt, nu deze afbeeldingen niet duidelijk, irrelevant, dan wel ongedateerd zijn.
Dat het gebruik van gequilte (geprononceerde) naden voor het stikken van materiaal als schapenvacht een technische functie heeft en bij sheepskin boots standaard voorkomt, is irrelevant nu deze naden als zodanig niet in het Gemeenschapsmodel voorkomen. Bovendien is onvoldoende onderbouwd dat het op dezelfde wijze als in het Gemeenschapsmodel aanbrengen van gequilte en niet-gequilte naden uitsluitend door de technische functie bepaald wordt. Uit de door Intermedium overgelegde voorbeelden blijkt immers dat variatie mogelijk is met het soort naad en de plaats van de naden. Hetzelfde geldt ten aanzien van de overslag en het uitsteken van de wollen binnenzijde van de schoen: hoewel deze elementen als zodanig een technische functie hebben, wordt de specifieke vorm die daarvoor is gekozen door het modelrecht beschermd.
Op grond van het voorgaande definieert de rechtbank de beschermingsomvang van het Gemeenschapsmodel als een combinatie van zeven kenmerkende elementen en oordeelt dat er sprake is van een overeenstemmende totaalindruk: “De genoemde verschillen zijn zodanig klein en ondergeschikt dat daarmee ook bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk zal worden gewekt dan de algemene indruk die het Gemeenschapsmodel oproept.” Daarbij is irrelevant dat de Intermedium Schoen – in afwijking van het Gemeenschapsmodel - niet met omgekrulde overslag wordt verkocht, aangezien Intermedium onvoldoende gemotiveerd heeft bestreden dat ook de Intermedium Schoen tijdens het dragen zal gaan omkrullen (gevaar van post sale confusion). 1019h Rv proceskosten: € 40.101,61.
IEPT20130814, Rb Den Haag, Intermedium v Deckers