Geen sprake van kennelijke misslagen, zodat van geldigheid octrooi moet worden uitgegaan
16-08-2013 Print this page
Geen sprake van kennelijke misslagen in vonnis van 7 maart 2012 of misbruik van recht door AstraZeneca, zodat van geldigheid van octrooi voor “Sustained release pharmaceutical compositions comprising a dibenzothiazepine derivative” van AstraZeneca moet worden uitgegaan. AstraZeneca heeft (voldoende) belang bij een inbreukverbod (en verwijdering van generieke quetiapine met vertraagde afgifte uit G-standaard) en kan haar bevoegdheid tot handhaving in redelijkheid uitoefenen.
OCTROOIRECHT
Eiseres AstraZeneca is houdster van een Europees octrooi voor “Sustained release pharmaceutical compositions comprising a dibenzothiazepine derivative”, en brengt onder de naam Seroquel IR (formulering voor onmiddellijke afgifte) en Seroquel XR (formulering voor gereguleerde of vertraagde afgifte) een geneesmiddel met quetiapine op de markt. De rechtbank te Den Haag heeft bij vonnis van 7 maart 2012 (IEPT20120307) in een bodemprocedure geoordeeld dat het octrooi van AstraZeneca geldig is; AstraZeneca is van dit vonnis in hoger beroep gegaan. De Engelse en Duitse rechters hebben het (Engelse resp. Duitse deel van het) octrooi wel nietig verklaard wegens het ontbreken van inventiviteit; in procedures in Spanje en de Verenigde Staten zijn (het Spaanse deel van) het Europees octrooi resp. het parallelle Amerikaanse octrooi in stand gebleven. Gedaagde Sandoz heeft vervolgens AstraZeneca een aanbod gedaan met de strekking dat zij zou afzien van de marktintroductie van een generieke variant van Seroquel XR, indien AstraZeneca zou toezeggen aansprakelijk te zijn voor de schade in het geval het octrooi in hoger beroep zou worden vernietigd.
AstraZeneca is hier niet op ingegaan, waarna Sandoz op 16 juli 2013 generieke quetiapine met vertraagde afgifte heeft laten opnemen in de G-standaard. AstraZeneca vordert thans een inbreukverbod voor Nederland en verwijdering van de generieke quetiapine met vertraagde afgifte uit de G-standaard. De vorderingen worden toegewezen. De voorzieningenrechter stemt zijn oordeel af op de beslissing van de rechtbank van 7 maart 2012, nu geen sprake is van kennelijke misslagen in dat vonnis en evenmin van misbruik van recht door AstraZeneca. AstraZeneca heeft (voldoende) belang bij een inbreukverbod en kan haar bevoegdheid tot handhaving in redelijkheid uitoefenen. 1019h Rv proceskosten: € 24.420,71.
4.13. Evenmin is voorshands oordelend sprake van misbruik van recht door AstraZeneca. Dat zij haar vorderingen slechts heeft ingesteld om Sandoz te schaden, zoals Sandoz stelt, is, gelet op het belang dat AstraZeneca heeft bij het verdedigen van haar marktpositie, naar voorlopig oordeel niet aannemelijk. De omstandigheid dat zij zulks doet door zich – ook in rechte – te beroepen op een octrooi waarvan de geldigheid nog onderwerp is van een juridische procedure, is voorshands niet onrechtmatig, ook niet als rekening wordt gehouden met de beslissingen van twee vooraanstaande buitenlandse rechters die dat octrooi ongeldig achtten. De beslissing van de Nederlandse rechtbank als bodemrechter is in dit opzicht voorshands van doorslaggevend belang. In deze omstandigheden hoefde AstraZeneca dan ook niet te concluderen dat de kans dat EP 364 in de Nederlandse appelprocedure alsnog zou sneuvelen dusdanig groot was dat zij niet tot handhaving had mogen overgaan.
IEPT20130815, Rb Den Haag, Astrazeneca v Sandoz