Opheffing beslag: nieuwe rechtssituatie ontstaan door vaststellingsovereenkomst
23-09-2013 Print this page
Voorzieningenrechter gaat uit van geldigheid vaststellingsovereenkomst tussen partijen: kort geding leent zich niet voor nader feitenonderzoek en/of verdere bewijsvoering t.a.v. vernietigbaarheid van overeenkomst. Opheffing beslag op computers: nieuwe rechtssituatie ontstaan door aangaan van vaststellingsovereenkomst tijdens beslaglegging.
AUTEURSRECHT - PROCESRECHT
Namens gedaagde Siemens is op grond van artikel 28 Aw (en artikel 2.22 BVIE) conservatoir beslag tot afgifte en bewaring gelegd op twee bij eisers aanwezige computers waarop zonder licentie een aantal softwareprogramma’s van Siemens zijn geïnstalleerd. Bij de beslaglegging waren twee medewerkers van Siemens aanwezig. Nadat beslaglegging had plaatsgevonden, zijn partijen een vaststellingsovereenkomst, inhoudende dat het beslag zou worden opgeheven na betaling conform de overeenkomst, aangegaan. Eisers vorderen thans opheffing van het beslag.
Partijen twisten over de vraag of de vaststellingsovereenkomst vernietigbaar is, omdat deze onder bedreiging (van de twee medewerkers van Siemens) dan wel misbruik van omstandigheden tot stand zou zijn gekomen. Nu dit niet zonder nader feitenonderzoek en/of verdere bewijsvoering, waarvoor deze procedure zich niet leent, kan worden vastgesteld, gaat de voorzieningenrechter er dan ook van uit dat de vaststellingsovereenkomst nog steeds bestaat tussen partijen.
Door onderling, nadat het verlof tot het leggen van beslag was verleend, afspraken over een schadevergoeding en over het aan het verkeer onttrekken van de inbreukmakende computers met illegale software te maken, hebben partijen wel een nieuwe rechtssituatie gecreëerd. Dit heeft tot gevolg dat de rechtssituatie en de vordering op grond waarvan het verlof tot het leggen van beslag is verleend, niet meer bestaat. De grondslag waarop het verlof tot het leggen van beslag is verleend, is komen te vervallen, zodat het beslag onrechtmatig is en moet worden opgeheven.
IEPT20130819, Rb Midden-Nederland, Almteq v Siemens