Geen misleidende reclame-uitingen over antistollingsmiddelen Pradaxa of Eliquis
20-09-2013 Print this page
Vordering jegens BI niet toewijsbaar: Boehringer Ingelheim GmbH als partij die reclame-uitingen openbaar heeft gemaakt is aansprakelijk. Bovendien kan gezien deskundigheid van congresbezoekers (cardiologen) niet geoordeeld worden dat gewraakte uitingen misleidend zijn. In reconventie: ook uitingen van B-MS en Pfizer ten aanzien van (doseringen) Eliquis niet misleidend.
MISLEIDENDE RECLAME
Beide partijen zijn producenten van geneesmiddelen. Gedaagde BI maakt op een congres in de RAI te Amsterdam reclame voor Pradaxa, een nieuwe generatie antistollingsmiddel. Eiseressen B-MS en Pfizer menen dat de reclame-uitingen van BI niet worden gedragen door de zogenaamde Re-Ly studie en er om die reden sprake is van misleidende reclame (artikel 6:194 BW). Eiseressen vorderen dan ook BI te bevelen de gewraakte mededelingen te staken. Ook B-MS en Pfizer maken op hetzelfde congres reclame voor een nieuwe generatie antistollingsmiddel, Eliquis. BI stelt dat de uitingen ten aanzien van de doseringen misleidend zijn en vordert eveneens staking.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Boehringer Ingelheim GmbH als de partij die de uitingen openbaar heeft gemaakt had moeten worden aangesproken, zodat de vordering jegens BI niet toewijsbaar is. Dat BI als Nederlandse vennootschap de uitingen moet goedkeuren en controleren of deze voldoen aan de Nederlandse regels is onvoldoende om BI te kunnen aanspreken. Bovendien kan gezien de deskundigheid van de congresbezoekers (cardiologen) niet worden geoordeeld dat de uitingen betreffende het aantal bloedingen misleidend zijn. De reconventionele vorderingen worden ook afgewezen: er is geen sprake van misleidende reclame.
IEPT20130903, Rb Amsterdam, B-MS v BI