Lijfsdwang wegens onwil gedaagde en gebrek aan verhaalsmogelijkheden

03-10-2013 Print this page
IEPT20130912, Rb Den Haag, Lijfsdwang
(Met dank aan Tessel Peijnenburg, Kennedy Van der Laan)

Verboden en geboden uitvoerbaar bij lijfsdwang verklaard, gezien grote belang van eiseres om niet meer veelvuldig te worden benaderd door gedaagde en om niet bloot te worden gesteld aan verdachtmakingen van fraude: dwangmiddel van dwangsommen onvoldoende prikkel gebleken, aangezien er geen verhaalsmogelijkheden zijn

 

PUBLICATIE

 

Eiseressen zijn onderdeel van een wereldwijd opererende bank. Bij vonnis van 26 september 2012 heeft de voorzieningenrechter gedaagde onder meer verboden contact op te nemen met (medewerkers van) eiseres 1 en geboden iedere verspreiding en/of het doen van uitlatingen waarin hij eiseres 1 beschuldigt van fraude te staken. Nadat gedaagde voornoemd vonnis niet was nagekomen, heeft eiseres 1 de verbeurde dwangsommen opgeëist. Betaling daarvan is uitgebleven en de naderhand gelegde derdenbeslagen hebben geen doel getroffen, nu er geen verhaalsmogelijkheden zijn. Eiseres vordert thans dat de verboden en geboden zoals opgelegd bij het eerdere vonnis uitvoerbaar bij lijfsdwang worden verklaard, voor perioden van twee weken met een maximumduur van vier maanden.

 

De voorzieningenrechter stelt voorop dat lijfsdwang een zeer ingrijpend middel is, omdat daarmee de persoonlijke vrijheid van gedaagde wordt ontnomen. Toepassing daarvan komt slechts aan de orde indien aannemelijk is dat toepassing van een ander dwangmiddel onvoldoende uitkomst zal bieden, tenzij gedaagde aannemelijk maakt dat hij niet in staat is de opgelegde verboden en geboden na te komen. Daarnaast moet het belang van eiseres toepassing van lijfsdwang rechtvaardigen.

 

Uit de overgelegde stukken volgt dat gedaagde diverse onderdelen van het vonnis niet is nagekomen. De voorzieningenrechter is hierbij van oordeel dat er sprake is van onwil aan de zijde van gedaagde. Gedaagde heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat is de opgelegde verboden en geboden na te komen. Dit blijkt reeds uit de verklaring van gedaagde ter zitting dat hij pas bereid is zijn gedragingen te staken nadat hij een gesprek heeft gehad met eiseres en dat zijn aanbod – om te stoppen met zijn gedragingen als eiseres geld aan hem heeft betaald – nog openstaat. Hieruit blijkt ook dat niet verwachten valt dat gedaagde zijn gedragingen zonder extra prikkel van lijfsdwang zal staken. De opgelegde dwangsom vormt blijkbaar een onvoldoende prikkel aangezien er geen verhaalsmogelijkheden zijn en gedaagde dus vooralsnog door executie van de dwangsom niet wordt geraakt. De belangen van eiseres om niet meer zeer veelvuldig te worden benaderd door gedaagde en om niet bloot te worden gesteld aan verdachtmakingen van fraude zijn onmiskenbaar groot.

Gezien dit grote belang en omdat het dwangmiddel van dwangsommen een onvoldoende prikkel is gebleken, is toepassing van lijfsdwang gerechtvaardigd. Gezien de ingrijpendheid van het dwangmiddel worden de verboden en geboden voor de periode van maximaal één jaar uitvoerbaar bij lijfsdwang verklaard.

 

IEPT20130912, Rb Den Haag, Lijfsdwang