Geen inbreuk: onduidelijkheid in octrooi is voor risico van octrooihouder
30-09-2013 Print this page
Nederlandse rechter bevoegd, ook t.a.v. grensoverschrijdende provisionele vorderingen: reële band met Nederland. Geen inbreuk op octrooi voor “Farbstofflösung”: onduidelijkheid in octrooi m.b.t. relevante temperatuur voor dichtheid van samenstelling komt voor risico van octrooihouder.
OCTROOIRECHT
Eiseres Fluoron ontwikkelt en produceert medische hulpmiddelen die worden gebruikt in de oogheelkunde en is houdster van een Europees octrooi voor een “Farbstofflösung”. Gedaagde DORC is eveneens werkzaam op het gebied van oogheelkundige producten en brengt onder meer oftalmologische oplossingen voor het kleuren van oogmembranen op de Nederlandse markt onder de namen ILMB en MBD. Fluoron vordert nu onder meer een verklaring voor recht dat DORC hiermee (in)direct inbreuk maakt op het Nederlandse deel van haar octrooi. Voorts vordert Fluoron een inbreukverbod (voor Nederland en enkele andere landen) voor de duur van de procedure.
De Nederlandse rechter is op grond van artikel 2 EEX-Vo bevoegd tot kennisneming van de vorderingen in de hoofdzaak in conventie, omdat DORC in Nederland is gevestigd. Krachtens artikel 31 EEX-Vo heeft de Nederlandse rechter ook bevoegdheid ten aanzien van de grensoverschrijdende provisionele maatregelen; deze provisioneel gevorderde voorzieningen zijn immers voorlopige maatregelen in de zin van dat artikel en hebben een reële band met Nederland. Ten slotte is de rechtbank krachtens artikel 22(4) EEX-Vo bevoegd kennis te nemen van de in reconventie ingestelde vordering tot nietigverklaring van het Nederlandse deel van het octrooi.
De inbreukvorderingen in conventie worden afgewezen (zodat niet aan de provisionele vorderingen wordt toegekomen). De onduidelijkheid in het octrooi met betrekking tot de relevante temperatuur voor de dichtheid van de samenstelling is voor risico van de octrooihouder. Nu het octrooischrift en de algemene vakkennis niets leert over een gebruikstemperatuur van 23°C. kan derden zoals DORC, die buiten het bereik van het octrooi willen blijven, moeilijk worden tegengeworpen dat zij uitgaan van de dichtheid van de samenstelling bij lichaamstemperatuur. Bij lichaamstemperatuur is de dichtheid van ILM en MBD kleiner dan 1,01 g/cm3, zodat geen inbreuk wordt gemaakt op het octrooi van Fluoron.
Nu de inbreukvordering in conventie wordt afgewezen, ziet de rechtbank aanleiding de beslissing op de reconventionele vordering, de nietigverklaring van het octrooi, te schorsen totdat onherroepelijk is beslist op de door DORC ingestelde oppositie tegen de verlening van het octrooi.
IEPT20130918, Rb Den Haag, Fluoron v DORC