Gedaagde heeft onrechtmatig gehandeld door tijdens dienstverband stelselmatig geheime bedrijfsinformatie, die voldoet aan vereisten van artikel 39(2) TRIPs, zonder toestemming van Arte aan derden (zoals Loymina) te verstrekken.
KNOW HOW
Gedaagde is in dienst geweest van eiseres Arte, gespecialiseerd in wandbekleding, en had hierbij volledige toegang tot de know how van Arte. Kort na zijn ontslag is gedaagde zijn eenmanszaak TechnoColor Gravur gaan voeren en in dienst getreden bij Loymina, een producent van behang. Arte heeft vervolgens ten laste van gedaagde conservatoir beslag tot afgifte en conservatoir derdenbeslag doen leggen. Arte vordert nu een verklaring voor recht dat gedaagde jegens Arte onrechtmatig heeft gehandeld door zich know how toe te eigenen, te kopiëren en/of prijs te geven aan derden, evenals afgifte van alle zich nog onder gedaagde bevindende gegevensdragers met daarop kopieën van de know how.
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van onrechtmatig handelen door gedaagde jegens Arte door tijdens zijn dienstverband stelselmatig geheime bedrijfsinformatie, die voldoet aan de vereisten van artikel 39(2) TRIPs, zonder toestemming van Arte aan derden (zoals Loymina) te verstrekken. Arte heeft voldoende gemotiveerd dat haar know how geheim is, in die zin dat zij niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de wandbekledingsindustrie. Arte doet aanzienlijke investeringen om steeds voorop te blijven lopen in de branche en haar concurrenten voor te blijven; hiervoor is vereist dat de door haar ontwikkelde producten en technieken geheim blijven. Ook is voldoende vast komen te staan dat de verstrekte informatie handelswaarde heeft, nu een concurrent van Arte bereid is gebleken hiervoor een aanzienlijk bedrag te willen betalen. Arte heeft voorts redelijke maatregelen genomen om de informatie geheim te houden, door haar werknemers (waaronder gedaagde) een geheimhoudingsbeding op te leggen.
Door het handelen van gedaagde is Loymina in staat geweest in zeer korte tijd behang te produceren, vergelijkbaar met/vrijwel identiek aan het behang van Arte. Dit is in strijd met eerlijke handelsgebruiken. Door aldus te handelen heeft gedaagde inbreuk gemaakt op het recht van Arte op haar know how en gehandeld in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid. Deze onrechtmatige handelingen zijn aan gedaagde toerekenbaar. De vorderingen van Arte worden grotendeels toegewezen. De stelling van Arte dat er misschien nog wat bij gedaagde ligt of dat er misschien nog wat op zijn laptop staat is onvoldoende om de gevorderde afgifte toe te wijzen. Schadevergoeding van € 2.269.516 wegens gederfde en nog te derven omzet/winst in Rusland. Proceskosten: € 11.186,14 (conventie) en € 3.211 (reconventie).
IEPT20130925, Rb Oost-Brabant, Arte