Motiveringsplicht rechter bij toewijzing deel van gevorderde proceskosten in incident
30-09-2013 Print this page
Proceskostenveroordeling op voet van artikel 1019h Rv in incident. Provisionele eis met dezelfde strekking als vordering in hoofdzaak. Motiveringsplicht rechter bij toewijzing deel van gevorderde proceskosten in incident. Geen grond voor veroordeling tot terugbetaling van hetgeen op grond van bestreden arrest is voldaan.
OCTROOIRECHT - PROCESRECHT
Vervolg op IEPT20101110 (rb), IEPT20110705 (tussenarrest) en IEPT20120313 (eindarrest). Bij eindarrest heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover daarbij de beslissing met betrekking tot de kosten van het incident zijn aangehouden tot de beslissing in de hoofdzaak en, in zoverre opnieuw rechtdoende, Boston Scientific veroordeeld in de kosten van het incident in eerste aanleg, begroot op een zesde deel van de totale, in eerste aanleg gemaakte kosten (€ 61.891). Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof heeft miskend dat de partij die op de voet van artikel 1019h Rv vergoeding van de volledige proceskosten vordert, de gevorderde kosten zo tijdig dient op te geven en te specificeren dat de wederpartij zich daartegen behoorlijk kan verweren, en dat dat verweer zich ook dient te kunnen toespitsen op de vraag welk gedeelte van de kosten op het provisionele geschil betrekking heeft.
De klacht slaagt: het bestreden arrest kan derhalve niet in stand blijven en verwijzing moet volgen, teneinde het hof alsnog te laten beoordelen welk gedeelte van de in eerste aanleg gevorderde proceskosten uitsluitend op het verweer tegen de provisionele eis betrekking heeft gehad. De proceskostenvordering van OrbusNeich is thans nog niet afgedaan, zodat er geen grond bestaat voor een veroordeling tot terugbetaling van hetgeen door Boston Scientific aan OrbusNeich ter uitvoering van het bestreden arrest is voldaan.
3.3.4 Deze klachten, bezien in hun onderlinge samenhang, slagen. Nu de provisionele eis in eerste aanleg dezelfde strekking had als de vordering in de hoofdzaak – en het verweer tegen de provisionele eis zich derhalve slechts hierin van dat in de hoofdzaak onderscheidde dat werd aangevoerd dat en waarom voor een voorlopige toewijzing van het gevorderde geen grond bestond – had het hof, daartoe door OrbusNeich met een specificatie of ten minste een beredeneerde schatting van die kosten in de gelegenheid gesteld, dienen te onderzoeken welke extra kosten voor OrbusNeich met haar verweer tegen de provisionele eis gemoeid zijn geweest. Bovendien kon het hof, dat vaststelde dat slechts een zeer beperkt deel van de gedingstukken in eerste aanleg aan dat verweer was gewijd, niet zonder nadere motivering beslissen tot toerekening van een zesde deel van de totale kosten aan de provisie, aangezien de toerekening van de door OrbusNeich opgevoerde totale kosten aan haar verweer in het incident recht dient te doen aan de hiervoor geschetste omstandigheid dat het bij de provisie slechts gaat om vergoeding van de extra kosten bovenop de kosten die toch al gemaakt moesten worden in de hoofdzaak.
IEPT20130927, HR, Boston Scientific v OrbusNeich