Voldoende aanwijzingen voor gemiddelde vakman om product na te werken

10-10-2013 Print this page
IEPT20131002, Rb Den Haag, Mylan v Yeda & Teva

Nietigverklaring afgewezen omdat het octrooi nawerkbaar, nieuw en inventief is en geen toegevoegde materie bevat. Proceskosten € 879.000. Nawerkbaarheid: voldoende duidelijk voor gemiddelde vakman wat “gemiddeld molecuulgewicht” en wat “fractie” is. Veronderstelling dat kenmerk “75%” uitgelegd wordt als “exact 75%” niet zinvol. Bij de beoordeling van toegevoegde materie moet gekeken naar de gehele inhoud van de aanvrage. Bewijslast ontbreken nieuwheid rust eisende partij. Dat het octrooischrift voldoende plausibel maakt dat toepassing van het geclaimde copolymeer-1 tot minder bijwerkingen leidt.

OCTROOIRECHT

Gedaagde Yeda is houdster van een Europees octrooi voor “Verbeteringen van copolymeer-1 in samenstellingen van copolymeren”. Teva, gevoegde partij in deze procedure, heeft een wereldwijde exclusieve licentie onder dit octrooi en brengt een geneesmiddel met de in dit octrooi geclaimde materie als werkzame stof op de markt onder de naam Copaxone. Eiseres Mylan vordert vernietiging van het Nederlandse deel van het octrooi van Yeda en legt daaraan ten grondslag dat het octrooi niet nawerkbaar, niet nieuw en niet inventief is, en tevens toegevoegde materie bevat.

De rechtbank wijst de gevorderde nietigverklaring af. Het octrooi bevat weliswaar geen uitdrukkelijke definities van de kenmerken (gemiddeld molecuulgewicht en fractie), maar het bevat voldoende aanwijzingen voor de gemiddelde vakman hoe deze kenmerken moeten worden uitgelegd en dus om het product na te werken. Het octrooi bevat ook geen toegevoegde materie, nu de geclaimde materie rechtstreeks en ondubbelzinnig blijkt uit de (conclusies dan wel beschrijving van de) octrooiaanvrage.

Nu Mylan de vernietiging van het octrooi vordert wegens het ontbreken van nieuwheid, rust de bewijslast van de stelling dat die nieuwheid ontbreekt in beginsel op haar. Mylan heeft dit echter onvoldoende onderbouwd, laat staan bewezen: uit de door haar overgelegde documenten blijkt niet dat deze het geclaimde copolymeer-1 expliciet openbaar maken. Niet aannemelijk is voorts dat de gemiddelde vakman bij nawerking van die documenten onvermijdelijk zou uitkomen op een samenstelling met de in het octrooi geclaimde kenmerken. Naar het oordeel van de rechtbank is het octrooi ook inventief. Het probleem dat met de geclaimde uitvinding wordt opgelost, moet worden geformuleerd als het verschaffen van een copolymeer-1 met minder bijwerkingen. De oplossing van dat probleem, bestaande uit het lagere gemiddelde molecuulgewicht en de geclaimde gewichtsverdeling, vloeit niet op voor de hand liggende wijze voort uit de stand van de techniek. Het octrooischrift maakt overigens voldoende plausibel dat toepassing van het geclaimde copolymeer-1 tot minder bijwerkingen leidt.

De proceskosten worden begroot overeenkomstig artikel 1019h Rv, nu deze nietigheidsprocedure kan worden beschouwd als een verweer tegen een concrete dreiging van handhavend optreden. Yeda en Teva hebben onweersproken aangevoerd dat Mylan bezig is met voorbereidingen om haar eigen copolymeer-1 product op de markt te brengen en dat Yeda en Teva actie zullen ondernemen op basis van het octrooi zodra Mylan dat product daadwerkelijk op de markt brengt. Proceskosten: € 144.513,03 (aan de zijde van Yeda) en € 735.029,27 (aan de zijde van Teva).

IEPT20131002, Rb Den Haag, Mylan v Yeda & Teva