SENA-vergoeding voor dance events vastgesteld op 1,5% van de recette

09-10-2013 Print this page
IEPT20131002, Rb Den Haag, SENA v Dance Events

SENA-vergoeding dance events voor verleden vastgesteld op (lagere) discotheken-tarief en niet op dance events-tarief: nu SENA afgelopen jaren lager tarief hanteerde voor horeca-instellingen die ook dance events organiseerden, zou dit anders leiden tot strijd met gelijkheidsbeginsel. SENA-vergoeding dance events voor toekomst vastgesteld op 1,5% van recette: recette vormt goede indicatie van waarde van dance event en van tijdens evenement gebruikte muziek, bevordert controleerbaarheid en waarborgt verhouding met draagkracht van organisator.

NABURIGE RECHTEN

Bij de bepaling van de hoogte van de in artikel 7 Wnr bedoelde billijke vergoeding maakt SENA onderscheid tussen verschillende vormen van het gebruik van muziek. Zo hanteert SENA afzonderlijke vergoedingsmodellen voor het muziekgebruik door organisatoren van evenementen (zoals dance events). SENA vordert dat de rechtbank de billijke vergoeding voor het openbaarmaken van fonogrammen door gedaagden op de door hen georganiseerde dance events vaststelt op haar dance events-tarief (neerkomend op een percentage van de recette, d.w.z. het aantal verkochte kaarten maal de entreeprijs, met een aflopende staffel), dan wel vaststelt op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen vergoeding. Tevens vordert SENA dat gedaagden alle gegevens aan haar verschaffen die nodig zijn om de door ieder der gedaagden verschuldigde billijke vergoeding vast te stellen.

Uit de rechtspraak van het HvJEU (zie IEPT20030206) volgt dat een model voor de berekening van bedoelde billijke vergoeding aan een tweetal voorwaarden moet voldoen: het model moet een juist evenwicht bereiken tussen het belang van uitvoerende kunstenaars en producenten bij een vergoeding en het belang van derden om dit fonogram onder redelijke voorwaarden te kunnen uitzenden. Verder mag het model niet in strijd zijn met enig beginsel van het Unierecht, waaronder het gelijkheidsbeginsel. Uit de Nederlandse rechtspraak volgt voorts dat bij de vaststelling van deze vergoeding moet worden gelet op de billijkheid, controleerbaarheid en berekenbaarheid van de vergoeding.

Voor zover de primaire vorderingen van SENA om de door gedaagden verschuldigde vergoeding vast te stellen op haar dance events-tarief betrekking hebben op het verleden, moeten deze worden afgewezen. Nu onvoldoende weersproken is dat SENA horeca-instellingen die dance events hebben georganiseerd de afgelopen jaren aangeslagen heeft voor een tarief dat aanzienlijk lager is dan het dance events-tarief, is het hanteren van een ander en hoger tarief ten aanzien van gedaagden in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Aangesloten kan worden bij het (lagere) discotheken-tarief.

Voor de toekomst geldt dat de rechtbank van oordeel is dat het dance events-tarief uitgaat van een goede grondslag voor de berekening van de billijke vergoeding. De billijkheid moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van de waarde van het betreffende muziekgebruik in het handelsverkeer. Het door SENA voorgestelde dance events-tarief is gerelateerd aan de recette van het evenement; die recette vormt een goede indicatie van de waarde van het dance event en daarmee van de tijdens het evenement gebruikte muziek. Tevens bevordert deze grondslag de controleerbaarheid van de verschuldigde vergoeding en is gewaarborgd dat de vergoeding gerelateerd is aan de draagkracht van de organisator. Op grond van een overeenkomst met de organisator van één van de grootste dance events, ID&T, wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld op een tarief van 1,5% van de recette voor betaalde events (zonder staffel). Voor gratis evenementen geldt een tarief van € 0.075 per bezoeker. (Zie verder r.o. 4.20-4.28).

Voor het openbaarmaken van fonogrammen, uitgaande van een aandeel van het Rome-repertoire van tenminste 70%, moet aldus voor gedaagden de SENA-vergoeding voor het verleden worden vastgesteld op het destijds geldende discothekentarief. Voor de toekomst dient de vergoeding te worden vastgesteld op 1,5% van de recette. Het gevorderde bevel tot verstrekking van gegevens wordt eveneens toegewezen.

IEPT20131002, Rb Den Haag, SENA v Dance Events
.