Van Caem heeft geen spoedeisend belang bij gevorderde verbod op treffen van executiemaatregelen door Bacardi: aannemelijk dat geen verhaal zal worden gevonden. In reconventie: maximum van dwangsom verhoogd tot € 1.500.000 en veroordeling tot nadere opgave, nu aannemelijk is dat Van Caem merkinbreuk heeft voortgezet.
MERKENRECHT – PROCESRECHT
Bij eindvonnis van 14 september 2011 is Van Caem bevolen iedere inbreuk in de Gemeenschap op de Bacardimerken te staken en tevens veroordeeld tot het doen van opgave. Omdat Bacardi van mening was dat de vervolgens door Van Caem gedane opgave onvolledig was, heeft zij een aanzegging ter zake van verbeurde dwangsommen ten bedrage van € 145.000 doen betekenen aan Van Caem. Van Caem heeft Bacardi vervolgens gedagvaard in kort geding en gevorderd dat het Bacardi zou worden verboden executiemaatregelen te treffen, nu zij meent geheel aan haar opgaveverplichting te hebben voldaan. Bij kort geding vonnis van 15 juni 2012 zijn de vorderingen van Van Caem afgewezen en is zij opnieuw veroordeeld tot het doen van (nadere) opgave, nu moet worden aangenomen dat Van Caem haar inbreukmakende handelingen heeft voortgezet.
Na een tweede opgave te hebben gedaan, vordert Van Caem thans wederom dat Bacardi wordt verboden executiemaatregelen te treffen. De vorderingen worden afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat Van Caem geen spoedeisend belang heeft bij maatregelen die zich richten tegen een eventuele executie van het kort geding vonnis omdat, daargelaten dat vooralsnog op grond van dit vonnis geen enkele executiemaatregel is ingezet, voorshands aannemelijk is dat daarvoor ook geen verhaal zal worden gevonden. Eerdere ten laste van Van Caem gelegde beslagen hebben geen doel getroffen, omdat de vennootschap leeggehaald zou zijn.
De reconventionele vorderingen van Bacardi worden (deels) toegewezen. Nu de in het eindvonnis bepaalde dwangsom onvoldoende is gebleken om Van Caem te bewegen de inbreuk te staken en niet is uit te sluiten dat verhoging van de dwangsom haar zal bewegen zich alsnog aan het verbod te houden, zal de gestelde maximum van de dwangsom worden verhoogd tot € 1.500.000. Ook de gevorderde nadere opgave wordt toegewezen, nu uit de tweede opgave van Van Caem blijkt dat zij de inbreuk in ieder geval tot op de dag van betekening van het kort geding vonnis heeft voortgezet en op grond hiervan vooralsnog voldoende aannemelijk is dat Van Caem de inbreuk ook nadien heeft voortgezet.
IEPT20131002, Rb Den Haag, Van Caem v Bacardi