Rechterlijke bevoegdheid in geval van grensoverschrijdende auteursrechtinbreuk
03-10-2013 Print this page
Artikel 5(3) van EEX-Vo. moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een inbreuk wordt aangevoerd op aan het auteursrecht verbonden vermogensrechten die worden gewaarborgd door de lidstaat van de aangezochte rechter, deze bevoegd is kennis te nemen van een door de auteur van een werk ingeleide aansprakelijkheidsvordering tegen een in een andere lidstaat gevestigde onderneming die daar dat werk heeft gekopieerd op een materiële drager die vervolgens is verkocht door in een derde lidstaat gevestigde ondernemingen via een website die ook toegankelijk is in het rechtsgebied van de aangezochte rechter. Die rechter mag slechts uitspraak doen over de schade die is veroorzaakt op het grondgebied van zijn lidstaat.
AUTEURSRECHT - IPR
Het verzoek om een prejudiciële beslissing van de Cour de cassation (Frankrijk) betreft de uitlegging van artikel 5(3) EEX-Vo. Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Pinckney, die in Frankrijk woont, en KDG Mediatech, een in Oostenrijk gevestigde onderneming. Pinckney stelt auteur, componist en vertolker te zijn van twaalf door de groep Aubray Small op vinylplaat opgenomen liedjes. Nadat hij had ontdekt dat die nummers zonder zijn toestemming waren gekopieerd op een in Oostenrijk door Mediatech geperste compact disc en vervolgens door de Britse ondernemingen Crusoe of Elegy te koop waren aangeboden via verschillende websites die hij vanuit Frankrijk kon raadplegen, heeft hij Mediatech op 12 oktober 2006 gedagvaard voor het Tribunal de grande instance de Toulouse tot vergoeding van de door de inbreuk op zijn auteursrechten veroorzaakte schade.
Met de prejudiciële vragen wenst de verwijzende rechter te vernemen of artikel 5(3) EEX-Vo aldus moet worden uitgelegd dat wanneer een inbreuk wordt aangevoerd op aan het auteursrecht verbonden vermogensrechten die worden gewaarborgd door de lidstaat van de aangezochte rechter, deze bevoegd is kennis te nemen van een door de auteur van een werk ingeleide aansprakelijkheidsvordering tegen een in een andere lidstaat gevestigde onderneming die daar dat werk heeft gekopieerd op een materiële drager die vervolgens is verkocht door in een derde lidstaat gevestigde ondernemingen via een website die ook toegankelijk is in het rechtsgebied van de aangezochte rechter. Het Hof acht de prejudiciële vragen, in tegenstelling tot de A-G, ontvankelijk en verklaart voor recht:
Artikel 5, punt 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een inbreuk wordt aangevoerd op aan het auteursrecht verbonden vermogensrechten die worden gewaarborgd door de lidstaat van de aangezochte rechter, deze bevoegd is kennis te nemen van een door de auteur van een werk ingeleide aansprakelijkheidsvordering tegen een in een andere lidstaat gevestigde onderneming die daar dat werk heeft gekopieerd op een materiële drager die vervolgens is verkocht door in een derde lidstaat gevestigde ondernemingen via een website die ook toegankelijk is in het rechtsgebied van de aangezochte rechter. Die rechter mag slechts uitspraak doen over de schade die is veroorzaakt op het grondgebied van zijn lidstaat.
Enkele overwegingen:
39 Vooreerst zij opgemerkt dat de vermogensrechten van een auteur, net als de aan een nationaal merk verbonden rechten, weliswaar territoriaal gebonden zijn, maar met name op grond van richtlijn 2001/29, automatisch moeten worden beschermd in alle lidstaten en dus – naargelang het toepasselijke materiële recht – in elk van de lidstaten kunnen worden geschonden.
43 Daaruit volgt dat wat de vermeende schending van een aan het auteursrecht verbonden vermogensrecht betreft, de aangezochte rechter bevoegd is om kennis te nemen van een vordering inzake onrechtmatige daad zodra de lidstaat op het grondgebied waarvan die rechter zich bevindt de door de eiser ingeroepen vermogensrechten beschermt en de beweerde schade kan intreden in het rechtsgebied van de aangezochte rechter.
44 In omstandigheden zoals die in het hoofdgeding vloeit dat risico op schade met name voort uit de mogelijkheid om een kopie van het werk waaraan de door de eiser ingeroepen rechten zijn verbonden aan te schaffen via een website die toegankelijk is in het rechtsgebied van de aangezochte rechter.
45 Aangezien echter de door de lidstaat van de aangezochte rechter verleende bescherming enkel geldt voor het grondgebied van die lidstaat, mag de aangezochte rechter slechts uitspraak doen over de schade die is veroorzaakt op het grondgebied van zijn lidstaat.
46 Indien die rechter immers ook bevoegd zou zijn om uitspraak te doen over schade die is veroorzaakt op het grondgebied van andere lidstaten, zou hij zich in de plaats stellen van de gerechten van die staten, terwijl die laatste in beginsel krachtens artikel 5, punt 3, van de verordening en het territorialiteitsbeginsel bevoegd zijn om uitspraak te doen over schade die is veroorzaakt op het grondgebied van hun lidstaat en beter geplaatst zijn om te beoordelen of de aan het auteursrecht verbonden vermogensrechten die door de betrokken lidstaat worden gewaarborgd, daadwerkelijk zijn geschonden en om de aard van de