Opheffing conservatoir verhaalsbeslag € 63 miljoen: benadeling Converse door activatransactie tussen Alpi Netherlands en Alpi International niet aannemelijk geworden
MERKENRECHT - PROCESRECHT
Eindarrest na IEPT20130326 (tussenarrest) en IEPT20111124 (vzr). Namaak Converse-schoenen. Converse heeft conservatoir verhaalsbeslag doen leggen onder derden, op onroerende zaken, op aandelen op naam en op roerende zaken ten laste van Alpi International, Alpi Netherlands en X en Y, waarbij Converse haar vordering op gerekwestreerden heeft begroot op € 62.830.411,90. Tegen deze beslagleggingen is Alpi Netherlands in kort geding opgekomen; zij vordert opheffing van de gelegde beslagen alsmede een verbod aan Converse tot het leggen van nieuwe beslagen welke verband houden met het voorliggende feitencomplex. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Alpi Netherlands afgewezen.
Converse heeft haar vordering ten aanzien van Alpi Netherlands gegrond op de stelling dat Alpi Netherlands het onrechtmatig handelen van Alpi International voortzet en/of dat zij misbruik maakt van rechtspersonenrecht c.q. van het identiteitsverschil tussen de beide vennootschappen en dat zij de schuldeisers van Alpi International, waaronder Converse, benadeelt. Bij tussenarrest van 26 maart 2013 heeft het hof geoordeeld dat Alpi Netherlands voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij tegenover Converse niet aansprakelijk is wegens eigen betrokkenheid bij de verweten merkinbreuken en (andere) onrechtmatige gedragingen. Tegen de achtergrond van de reeds uit 2009 daterende plannen tot oprichting van Alpi Netherlands in verband met wijziging in de samenstelling van de aandeelhouders en mede in aanmerking genomen dat slechts in bijzondere omstandigheden vereenzelviging kan worden aangenomen, heeft Alpi Netherlands tevens voldoende aannemelijk gemaakt dat onvoldoende grond aanwezig is om te concluderen dat Alpi Netherlands met Alpi International vereenzelvigd moet worden in die zin dat Alpi Netherlands op dezelfde wijze voor de onrechtmatige merkinbreuk jegens Converse aansprakelijk is als Alpi International.
Alpi Netherlands heeft echter evenwel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Converse geen schade ondervindt voor het verhaal van haar vordering op Alpi International als gevolg van de bedrijfsopvolging tussen Alpi International en Alpi Netherlands. Dit leidt er dan ook toe dat de door Converse gelegde beslagen terecht niet zijn opgeheven, maar in beginsel niet gehandhaafd kunnen worden voor het volledige bedrag van bijna € 63 miljoen. Bij tussenarrest is Alpi Netherlands in de gelegenheid gesteld dienaangaande een nadere akte te nemen.
Wegens het ontbreken van nadere en specifieke onderbouwing van Converse concludeert het hof bij eindarrest van 15 oktober 2013 dat benadeling niet aannemelijk is geworden en dat dus summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de stelling van Converse dat zij door de overdracht is benadeeld. De vorderingen van Alpi Netherlands worden derhalve alsnog toegewezen, temeer nu Alpi Netherlands gemotiveerd en onderbouwd heeft aangevoerd dat zij door het gelegde beslag in financieel moeilijk vaarwater is gekomen. Bij de onzekerheid over de door Converse gestelde schade dient in zo’n geval een belangenafweging (zeer) in het voordeel van Alpi Netherlands uit te vallen.
IEPT20131015, Hof Amsterdam, Alpi Netherlands v Converse