Verwarringsgevaar tussen PREVDENT en PRODENT voor tandverzorgingsproducten

24-10-2013 Print this page
IEPT20131015, Hof Den Haag, Prevdent v Unilever
(Met dank aan Ischa Gobius du Sart en Michiel Odink, Baker & McKenzie)

Verwarringsgevaar tussen PREVDENT en PRODENT voor tand- en mondreinigings- en verzorgingsmiddelen, gelet op visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming tussen tekens, identieke c.q. (in hoge mate) soortgelijke waren en bekendheid van PRODENT-merken (in Nederland). Artikel 2.17(1) BVIE kent geen mogelijkheid van verlenging van beroepstermijn door "incidenteel beroep".

MERKENRECHT

Hoger beroep tegen de beslissing van het BBIE, waarbij de oppositie van Unilever (gebaseerd op haar Benelux woord- en beeldmerken PRODENT) tegen de inschrijving van het woordmerk PREVDENT deels is toegewezen en deels is afgewezen. Het merk werd niet ingeschreven voor de klassen 3 en 5, maar wel voor klasse 10. Het hoger beroep van Prevdent wordt afgewezen en het hof bevestigt de beslissing van het BBIE.

Allereerst verklaart het hof Unilever niet-ontvankelijk in haar “incidenteel beroep”, nu deze buiten de beroepstermijn van twee maanden is ingesteld (artikel 2.17(1) BVIE). De mogelijkheid van verlenging van de termijn door “incidenteel beroep”, zoals in Rv, kent het BVIE niet.

Gelet op de (redelijke mate van) visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming tussen het teken PREVDENT en de PRODENT-merken, de omstandigheid dat de waren waarvoor het teken in klassen 3 en 5 is gedeponeerd identiek c.q. (in hoge mate) soortgelijk zijn aan de waren waarvoor de merken in die klassen zijn ingeschreven en de bekendheid van de merken (in Nederland), is het hof van oordeel dat het relevante publiek (bestaande uit het grote publiek met een normaal aandachtsniveau) kan menen dat de waren en diensten van dezelfde of economisch verbonden ondernemingen afkomstig zijn en dat sprake is van verwarringsgevaar. Het hof is van oordeel dat dit ook geldt als de mate van overeenstemming tussen de tekens als “gering” zou moeten worden gekwalificeerd, zoals het BBIE heeft gedaan.

IEPT20131015, Hof Den Haag, Prevdent v Unilever