Motiveringsplicht Gerecht EU voor elk van zelf gevormde groepen in klasse

17-10-2013 Print this page
IEPT20131017, HvJEU, Isdin v BHIM

Hogere voorziening tegen arrest van Gerecht EU, waarin oppositie tegen woordmerk "ZEBEXIR" alsnog is geslaagd, toegewezen: nu Gerecht zelf onderscheid heeft gemaakt tussen waren van eenzelfde klasse, had het zijn beslissing moeten motiveren voor elk van groepen waren die het binnen deze klasse heeft gevormd.  

MERKENRECHT - PROCESRECHT

Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht EU van 9 oktober 2012, Bial-Portela & Cª / BHIM (T366/11)), waarbij het Gerecht de oppositie tegen het woordmerk “ZEBEXIR” voor waren van de klassen 3 en 5 op grond van het Gemeenschapswoordmerk “ZEBENIX” voor waren en diensten van de klassen 3, 5 en 42 alsnog heeft toegewezen. Isdin voert met haar vijfde middel aan dat het Gerecht artikel 8(1)(b) GMeV heeft geschonden, doordat het in het bestreden arrest de rechtspraak inzake de globale beoordeling van het verwarringsgevaar niet juist heeft toegepast. Het Hof wijst de hogere voorziening toe, vernietigt het bestreden arrest en verwijst de zaak terug naar het Gerecht.

De motiveringsplicht van het Gerecht houdt niet in dat het Gerecht alle door partijen bij het geding uiteengezette argumenten één voor één uitputtend dient te behandelen. De motivering kan dus impliciet zijn, mits de belanghebbenden de redenen kunnen kennen waarop het Gerecht zich baseert en het Hof over voldoende elementen beschikt om zijn toezicht in het kader van een hogere voorziening uit te oefenen. In casu heeft het Gerecht om de mate van overeenstemming van de betrokken merken te beoordelen, rekening gehouden met de omstandigheden waaronder enkele waren van klasse 5 in de handel worden gebracht, welke volgens het Gerecht voor deze waren doorslaggevend zijn. Een dergelijke beoordeling ontbreekt echter voor de overige waren van klasse 5 waarop de betrokken merkaanvraag betrekking heeft, terwijl het Gerecht de beslissing van het BHIM heeft vernietigd voor alle waren van klasse 5.

Het Hof heeft erkend dat, wanneer dezelfde weigeringsgrond wordt ingebracht voor een categorie of een groep van waren of diensten, de motivering globaal mag zijn voor alle betrokken waren of diensten. Dit geldt evenwel enkel voor waren en diensten die zo rechtstreeks en concreet onderling verbonden zijn dat zij voldoende homogeen zijn. Het volstaat niet dat de betrokken waren of diensten tot dezelfde klasse behoren om van een dergelijke homogeniteit te kunnen spreken. Nu het Gerecht zelf een onderscheid heeft gemaakt tussen de waren van eenzelfde klasse, had het zijn beslissing moeten motiveren voor elk van de groepen waren die het binnen deze klasse heeft gevormd. Deze motivering ontbreekt echter, zodat belanghebbenden op grond van het arrest niet de redenen kennen waarop het Gerecht zijn vernietiging baseert.

IEPT20131017, HvJEU, Isdin v BHIM