Geen auteursrecht op WASGIJ spelformat: teveel geabstraheerd van concrete spellen
29-10-2013 Print this page
Nederlandse rechter bevoegd ten aanzien van buitenlandse gedaagden op grond van artikel 6(1) EEX-Vo: sprake van nauw samenhangende vorderingen, nu zowel feitelijke als juridische situatie identiek zijn (auteursrechtelijke werkbegrip en inbreukbegrip zijn immers Europees geharmoniseerde begrippen). WASGIJ-spelformat niet auteursrechtelijk beschermd: teveel geabstraheerd van concrete spellen.
AUTEURSRECHT
Eiseres Jumbo heeft het wereldwijde (licentie)recht spellen naar het concept WASGIJ te ontwikkelen en te verhandelen, en mag ook zelfstandig in rechte optreden tegen inbreuken. De WASGIJ-puzzels worden er onder meer door gekenmerkt dat de speler een legpuzzel moet leggen van een afbeelding die niet identiek is aan de afbeelding op de doos waarin de puzzel is verpakt, maar daarmee wel een relatie heeft. Sinds januari 2013 verhandelt Ravensburger een spel onder de naam “What if” in Nederland, Engeland, België en Duitsland volgens hetzelfde concept. Jumbo vordert een inbreukverbod in de EU op de auteursrechten met betrekking tot het WASGIJ format.
Nu de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen jegens de Nederlandse Ravensburger B.V. op grond van artikel 2 EEX-Vo, is de Nederlandse rechter ook bevoegd ten aanzien van de Belgische, Duitse en Engelse vennootschappen van Ravensburger op grond van artikel 6(1) EEX-Vo: de voorzieningenrechter oordeelt dat de verschillende vorderingen zodanig nauw samenhangen dat bij afzonderlijke berechting gevaar bestaat voor onverenigbare beslissingen. De beweerde inbreuken zijn niet alleen feitelijk identiek (het gaat om dezelfde legpuzzels), maar ook rechtens is er sprake van dezelfde situatie nu het auteursrechtelijke werkbegrip en inbreukbegrip Europees geharmoniseerde begrippen zijn.
Het door Jumbo geformuleerde spelformat is echter teveel geabstraheerd van de concrete spellen om in aanmerking te komen voor auteursrechtelijke bescherming. Het door Jumbo geclaimde spelformat is te abstract omdat de meeste elementen daarvan een aspect zijn van één en hetzelfde abstracte spelidee. Bescherming van dergelijke abstracties zou een te ver gaande beperking van de vrijheid van creatie van derden meebrengen en aldus een te grote rem vormen op de ontwikkeling van spellen door concurrenten. Deze conclusie wordt ook ondersteund door de Duitse en Engelse rechtspraak en is niet achterhaald door rechtspraak van het HvJEU, omdat het Hof nog geen uitspraak heeft gedaan over de auteursrechtelijke bescherming van formats los van een concrete uitdrukkingsvorm. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen dan ook af. 1019h Rv proceskosten: € 37.536,47.
IEPT20131021, Rb Den Haag, Jumbo v Ravensburger