Gevangenisstraf voor (medeplegen van) handel in merkvervalste goederen (kleding, schoenen en parfums) en deelname aan criminele organisatie.
STRAFRECHT - MERKENRECHT
Rechtspraak.nl bericht: "Zeven mannen zijn dinsdag door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot gevangenisstraffen voor het handelen in vervalste merkkleding, -schoenen en -parfums. Zij namen daarbij deel aan een criminele organisatie. De drie hoofdverdachten zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen van 18 maanden waarvan zes voorwaardelijk, 12 maanden en 10 maanden waarvan vier voorwaardelijk voor de inkoop, invoer, verkoop en in voorraad hebben van de vervalste merkgoederen. Vier medeverdachten werden veroordeeld tot deels voorwaardelijke gevangenisstraffen variërend van 120 tot 150 dagen en een taakstraf variërend van 100 tot 120 uur. Een achtste verdachte werd vrijgesproken.
Duizenden vervalste merkgoederen
Bij doorzoekingen in opslagruimtes zijn ruim 45.000 vervalste merkkledingstukken, 3000 paar schoenen en 4600 eenheden aan parfum aangetroffen. Eén verdachte importeerde de vervalste goederen uit het buitenland en twee andere verdachten hielpen hem met sorteren, tellen, distributie en verkoop van die goederen. Een groot deel van deze goederen werd verkocht aan een vierde verdachte, die deze goederen samen met een vijfde verdachte te koop aanbood via sms-bommen en op marktplaats. De zesde en zevende verdachten hielpen mee met het sorteren, tellen en de verkoop van de producten. Uit de administratie bleek dat de vierde en vijfde verdachte in bijna twee jaar tijd ruim €4 miljoen omzet hebben gemaakt.
Lagere straf
De rechtbank heeft lagere gevangenisstraffen opgelegd dan door de officier van justitie zijn geëist omdat zij een kortere strafbare periode bewezen acht. Ook heeft de rechtbank meegewogen dat de redelijke termijn voor het afdoen van een strafzaak met enkele maanden is overschreden."
Enkele overwegingen:
8.3 [...] Verdachte heeft zich gedurende bijna twee jaar schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) handel in merkvervalste goederen, en deelname aan een criminele organisatie. Met de handel in merkvervalste goederen wordt aan de rechthebbenden van de intellectuele eigendomsrechten schade toegebracht. In de onderhavige zaak zijn veel merkhouders gedupeerd geraakt zoals is gebleken uit de aangiften. Deze merkhouders hebben ten koste van grote marktinspanningen hun merken en designs tot bekende producten gemaakt, die veel goodwill vertegenwoordigen en garant staan voor een constante hoge kwaliteit. Door deze merkvervalsing wordt het vertrouwen beschaamd dat gesteld moet kunnen worden in het beschermde merk, omdat de merkvervalste producten vaak kwalitatief ver achter blijven bij de echte merkproducten. Tevens wordt aan bonafide bedrijven die zich wel aan hun verplichtingen houden, oneerlijke concurrentie aangedaan. Deze handel in valse merkkleding heeft op grote schaal en in georganiseerd verband plaatsgevonden. In een periode van bijna twee jaar is immers voor ruim € 4.000.000,00 aan merkvervalste kleding verhandeld. Ruim 45.000 stuks kleding lag verspreid over acht loodsen in Nederland en er is bij verdachten een totaalbedrag van € 120.000,00 aan contant geld in beslag genomen afkomstig van deze handel. Teneinde de handel op deze schaal te kunnen voeren hebben verdachten een goed georganiseerd samenwerkingsverband opgezet, waarin ieder zijn aandeel heeft gehad. Het risico van niet toegestaan zijn van handel in merkvervalste artikelen werd ingeschat op het kwijt kunnen raken van deze goederen en als bedrijfsrisico ingecalculeerd. Spreiding van de goederen over meerdere opslagruimtes en het verplaatsen van goederen van de ene plek naar de andere is daarbij als middel gezien om dit risico te beperken. Soms werd een opslagplaats op naam van iemand anders gehuurd om op die manier buiten beeld te blijven.
Drie van de (mede)verdachten, [medeverdachte 1], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] waren al eerder aangesproken door merkhouders en[medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] hebben hiervoor ook boetes aan een merkhouder betaald. Desondanks zijn verdachten doorgegaan met hun handel.
Verdachte heeft hierin een groot aandeel gehad. Hij was degene die een zeer groot aantal ladingen merkvervalste goederen heeft geïmporteerd en heeft doorverkocht. Verdachte heeft daarmee de handel van deze goederen in Nederland gefaciliteerd. Verdachte verkocht die goederen niet alleen aan medeverdachten, maar ook aan anderen. Dat verdachte daarbij onder druk zou staan, anders dan de druk om de goederen die hij had geïmporteerd te betalen, en zou zijn bedreigd, is de rechtbank niet gebleken. Wetend dat het niet is toegestaan merkvervalste kleding te importeren en te verhandelen is verdachte hier mee doorgegaan en heeft de bewezen geachte feiten gepleegd.
IEPT20131022, Rb Midden-Nederland, Merkvervalsing
Overige vonnissen in deze zaak vindt u onder meer hier, hier en hier.