Redelijk vermoeden dat geïntimeerde inbreuk heeft gemaakt op auteursrechten van Real Networks
04-11-2013 Print this page
Gevorderde afgifte van inbeslaggenomen bescheiden ex artikel 843a Rv wordt toegewezen: voldoende afgebakende relevante bescheiden en sprake van redelijk vermoeden dat geïntimeerde inbreuk heeft gemaakt op auteursrechten van Real Networks met betrekking tot haar computerprogramma RealPlayer en dat betreffende bescheiden van belang zijn voor (nader) onderbouwen van inbreuk, met name gestelde betrokkenheid van geïntimeerde bij inbreuk.
AUTEURSRECHT - PROCESRECHT
Vervolg op IEPT20111102 (rb). Tussenarrest in incident. Real Networks heeft een incidentele vordering ingesteld, waarbij zij afgifte althans inzage vordert van hetgeen ingevolge het op 17 februari 2010 onder geïntimeerde gelegde bewijsbeslag is gekopieerd door de deurwaarder. Ter onderbouwing van haar vordering stelt Real Networks dat zij met deze (digitale) bestanden kan bewijzen dat geïntimeerde/verweerder in incident inbreuk heeft gemaakt op haar auteursrechten met betrekking tot haar software programma RealPlayer.
De gevorderde afgifte ex artikel 843a Rv wordt toegewezen. De processuele verweren van geïntimeerde falen (zie r.o. 5). Voorts gaat het om bepaalde bescheiden, namelijk voldoende afgebakende relevante bescheiden. Door het gebruik van een aantal zoektermen en het onderzoek op relevantie door de deurwaarder (met behulp van ICT deskundigen) zijn de bescheiden waarvan afgifte/inzage wordt gevorderd voldoende nauwkeurig afgebakend en omschreven. Een verbintenis (uit onrechtmatige daad) wegens inbreuk op een IE-recht geldt tevens als een rechtsbetrekking als bedoeld in artikel 843a Rv. De vraag rijst dan of voor toewijzing nodig is dat de gestelde (dreigende) inbreuk op een IE-recht vaststaat of dat voldoende is dat deze (dreigende) inbreuk (in enige mate) aannemelijk is dan wel sprake is van een redelijk vermoeden of serieuze aanwijzingen van (dreigende) inbreuk dan wel deze (dreigende) inbreuk onderbouwd is gesteld.
"16. Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat voor toewijzing van een vordering ex artikel 843a Rv niet nodig is dat de inbreuk aannemelijk is, zoals geldt voor toewijzing in kort geding. Dat zou immers niet verenigbaar zijn met het uitgangspunt dat een vordering tot afgifte/inzage van bescheiden ook kan worden ingesteld ter vaststelling van inbreuk. Wel is degene die afgifte/inzage vordert, ook in het kader van het vereiste rechtmatig belang gehouden redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal ter ondersteuning van zijn vordering over te leggen. Dat valt af te leiden uit artikel 6 van de handhavingsrichtlijn en geldt blijkens het bepaalde in lid 4 van artikel 843a Rv ook voor niet-IE-zaken. De omstandigheid dat de inbreukvordering in eerste aanleg is afgewezen en nog geen grieven zijn genomen acht het hof onvoldoende reden om de incidentele vordering af te wijzen.
Naar het oordeel van het hof is in ieder geval voldoende voor toewijzing dat eiser zodanige concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd dat daaruit, ook gelet op de betwisting door de wederpartij en de reactie daarop van eiser, een redelijk vermoeden van (dreigende) inbreuk kan volgen en dat de bescheiden waarvan afgifte of inzage wordt gevorderd van belang zijn voor het (nader) onderbouwen van de gestelde (dreigende) inbreuk en toewijzing van een daarop gebaseerde inbreukvordering."
Het hof is vervolgens van oordeel dat sprake is van een redelijk vermoeden dat geïntimeerde inbreuk op de auteursrechten van Real Networks heeft gemaakt en dat de betreffende bescheiden van belang zijn voor het (nader) onderbouwen van die inbreuk, met name van de gestelde betrokkenheid van geïntimeerde bij deze inbreuk. Het verweer dat het computerprogramma RealPlayer niet auteursrechtelijk beschermd is, heeft geïntimeerde onvoldoende onderbouwd. Er is ook geen sprake van rechtsverwerking door Real Networks, nu zij stelt dat het voor haar niet mogelijk was eerder op te treden wegens onbekendheid van de inbreukmakers. Op grond van de overgelegde stukken oordeelt het hof dat er een redelijk vermoeden is dat geïntimeerde het gesteld inbreukmakende programma Real Alternative kan hebben geupload op zijn website(s), dan wel dat Real Alternative kon worden gedownload van computers/servers toebehorend aan en/of in de invloedsfeer van geïntimeerde.
IEPT20131029, Hof Den Haag, Real Networks