Verwarringsgevaar tussen RAW-merken en -tekens, ongeacht mogelijk decoratief gebruik
02-12-2013 Print this page
RAW-merken hebben onderscheidend vermogen: dat relevante publiek bij zien van "RAW" aangebracht op kleding zou denken aan waren behorend tot bepaalde muziek- en kledingstijl is onvoldoende onderbouwd en bovendien hebben merken door gebruik voor kleding onderscheidend vermogen verkregen. Verwarringsgevaar tussen RAW-merken en litigieuze tekens, niettegenstaande mogelijk ook decoratieve karakter van gebruik van tekens: sprake van visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming en identieke waren. Onderzoeksrapport van G-Star bevestigt bestaan van verwarring. Zweedse H&M AB ook direct betrokken bij verkoop van inbreukmakende kleding op internet en derhalve bij merkinbreuk, nu zij houdster is van domeinnaam hm.com waaronder website is te vinden waarop kleding wordt aangeboden en van merk H&M waaronder kleding wordt aangeboden.
MERKENRECHT
Vonnis in verzet. Zie ook IEPT20101210 (vzr), IEPT20120605 (hof in kort geding), IEPT20120711 en IEPT20121024 (incidentele tussenvonnissen). G-Star is houdster van het Gemeenschaps- en Beneluxwoordmerk “RAW” en enkele woord-/beeldmerken die het bestanddeel “RAW” bevatten, en vordert in deze verstekzaak een inbreukverbod met de gebruikelijke nevenvorderingen. G-Star stelt daartoe dat H&M in haar winkels, catalogus en op haar website kledingstukken aanbiedt met een opdruk waarin het teken RAW is gebruikt. Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vorderingen van G-Star worden grotendeels toegewezen.
De rechtbank stelt vast dat de RAW-merken in staat zijn de waren van G-Star te onderscheiden en dat ook daadwerkelijk doen: dat “RAW” een aanduiding is die veel wordt gebruikt in de muziek-, design- en modewereld om waren en diensten te beschrijven die behoren tot een bepaalde stijl, wil nog niet zeggen dat de RAW-merken (dus) geen onderscheidend vermogen zouden kunnen hebben en zich niet kunnen lenen om de waar waarvoor deze merken zijn ingeschreven als afkomstig van een bepaalde onderneming te identificeren. Dat het relevante publiek bij het zien van “RAW” aangebracht op kleding zou denken aan waren behorend tot een bepaalde muziek- en kledingstijl, is in ieder geval niet voldoende onderbouwd door H&M. Uit de door G-Star overgelegde producties van de door haar aangeboden kleding, winkels en reclame-uitingen volgt bovendien dat G-Star gebruik maakt van haar RAW-merken voor kleding en dat (ook) door dat gebruik deze merken onderscheidend vermogen hebben verkregen.
Er is geen sprake van merkinbreuk “sub a”, nu op de kledingstukken van H&M woord- en beeldelementen (“BEAT experience” en een tekening van een gettoblaster) zijn toegevoegd die niet zodanig onbeduidend zijn dat dat zij aan de aandacht van de gemiddelde consument zullen ontsnappen. Verwarringsgevaar wordt echter wel aangenomen, niettegenstaande het mogelijk ook decoratieve karakter van het gebruik van de litigieuze tekens: er is sprake van visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming (“RAW” is het meest dominante bestanddeel, gelet op de wijze waarop het in de tekens is opgenomen) en identieke waren. Voorts zijn de tekens “RAW Beat experience” en “RAW” niet beschrijvend voor de waar kleding of voor enige andere waar of dienst. Het door G-Star overgelegde onderzoeksrapport bevestigt ook het bestaan van verwarring.
Het betoog van H&M dat haar Zweedse holdingmaatschappij, H&M AB, zich niet schuldig heeft gemaakt aan merkinbreuk, wordt niet gevolgd. Nu H&M AB houdster is van de domeinnaam hm.com waaronder de website is te vinden waarop de inbreukmakende kledingstukken ter verkoop zijn aangeboden en tevens houdster is van het merk H&M waaronder de kleding wordt aangeboden, mag worden aangenomen dat zij direct betrokken is geweest bij het aanbieden van de desbetreffende kleding via het internet aan het publiek en als zodanig betrokken is bij de inbreuk op de RAW-merken. 1019h Rv proceskosten: € 50.791,61.
IEPT20131113, Rb Den Haag, G-Star v H&M