"Sterren Springen" is geen ongeoorloofde verveelvoudiging van format "TurmSpringen"

28-11-2013 Print this page
IEPT20131113, Rb Den Haag, Raab v Eyeworks
(Met dank aan Eric Keyzer en Frits Gerritzen, Allen & Overy LLP)

Vraag of sprake is van auteursrechtelijk beschermd werk en van inbreuk op die auteursrechten wordt beheerst door lex loci protectionis (i.c. Nederlands recht en recht van iedere overige EU-lidstaat). Geen overeenstemmende totaalindrukken tussen formats "Sterren Springen" en "TurmSpringen" naar Nederlands recht: hoewel in rekenkundig opzicht meer elementen overeenstemmen dan verschillen, zien punten van verschil op kenmerkende onderdelen waarbij duidelijk andere keuzes zijn gemaakt door Eyeworks. Geen inbreuk naar recht van overige EU-landen: auteursrechtelijk werkbegrip en inbreukbegrip zijn Europees geharmoniseerde begrippen, zodat in overige EU-landen ook geen sprake van reproductie zal zijn en pan- Europees inbreukverbod moet worden afgewezen.

AUTEURSRECHT

Raab is producent van televisieprogramma’s, waaronder het programma TV Total TurmSpringen waarin bekende personen verwikkeld zijn in een schoonspringwedstrijd en dat sinds 2004 wordt uitgezonden op de Duitse zender Pro Sieben. Eyeworks heeft vervolgens het programma Sterren Springen ontwikkeld, dat door SBS6 in 2012 is uitgezonden. Raab vordert nu een pan-Europees inbreukverbod ter zake van het programma TurmSpringen, evenals een verbod op het doen van mededelingen aan derden waarin ten onrechte wordt geïnsinueerd dat het exploiteren van (het format) TurmSpringen inbreuk maakt op (het format van) Sterren Springen. De rechtbank wijst de vorderingen af.

Of sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk en van inbreuk op die auteursrechten dient op grond van artikel 5 BC te worden beoordeeld naar het recht van het land waar bescherming wordt gezocht, de lex loci protectionis, oftewel naar het recht van Nederland en naar het recht van iedere overige EU-lidstaat. De rechtbank onderzoekt eerst of naar Nederlands recht sprake is van inbreuk en oordeelt dat Sterren Springen geen verveelvoudiging is van het format TurmSpringen zodat van auteursrechtinbreuk geen sprake is:

4.25. Hoewel er in rekenkundig opzicht in het voorgaande wellicht meer (deel)elementen van overeenstemming zijn vastgesteld dan van verschil, is de rechtbank van oordeel dat de punten van verschil zien op kenmerkende onderdelen zoals de schoonspringcompetitie, de jurering, de inhoud van de introductiefilmpjes, de entourage en de sfeer, die juist gezichtbepalend zijn. Bij die kenmerkende onderdelen zijn bij Sterren Springen duidelijk andere keuzes gemaakt waardoor Sterren Springen een verschillende totaalindruk geeft ten opzichte van die van het format Turmspringen. Op grond van de hiervoor vastgestelde punten van overeenstemming en van verschil en deze in samenhang beschouwd, concludeert de rechtbank dat de totaalindruk van Sterren Springen niet overeenkomt met de totaalindruk van het format Turmspringen. Hoewel aan zowel Turmspringen als Sterren Springen het idee ten grondslag ligt om geen sporters maar bekende personen te laten deelnemen aan een schoonspringwedstrijd, is de uitwerking en vormgeving van dat concept bij beiden zeer verschillend.

Ook naar het recht van de overige EU-landen is geen sprake van auteursrechtinbreuk, nu de rechtbank van oordeel is dat uit het Infopaq-I arrest volgt dat zowel het auteursrechtelijke werkbegrip als het inbreukbegrip Europees geharmoniseerde begrippen zijn. Uit de vaststelling dat naar Nederlands recht geen sprake is van een ongeoorloofde verveelvoudiging, volgt dan ook dat in de overige EU-landen geen sprake zal zijn van een reproductie (artikel 2 Auteursrechtrichtlijn). De rechtbank komt voorts niet toe aan de beoordeling van het gevorderde wapperverbod, nu de (gestelde) mededelingen van Eyeworks betrekking hebben op een ander format van Raab en niet op het format TurmSpringen. Proceskosten (IE-deel: 90%, OD-deel: 10%): € 34.860,90.

IEPT20131113, Rb Den Haag, Raab v Eyeworks