Geen afstand van recht gedaan om in eerste aanleg 1019h Rv-proceskosten te vorderen
02-12-2013 Print this page
Verweren van Wagner tegen gevorderde 1019h Rv proceskosten falen: FX Prevent heeft geen afstand van recht gedaan om in eerste aanleg kosten te vorderen op voet van artikel 1019h Rv en enkele omstandigheid dat door Wagner in hoger beroep gemaakte kosten lager zijn dan door FX Prevent in hoger beroep gemaakte kosten is onvoldoende reden om kosten als onredelijk en onevenredig te achten. 1019h Rv proceskosten (in eerste aanleg en in hoger beroep): € 63.766,84. Wagner moet ook reeds door FX Prevent op grond van vernietigde vonnis betaalde bedrag aan proceskosten (€ 20.052,17) terugbetalen.
OCTROOIRECHT – PROCESRECHT
Vervolg op IEPT20111123 (rb), waarin FX Prevent is bevolen de inbreuk op het Europese octrooi van Wagner voor een “inertiseringswerkwijze voor het voorkomen en blussen van branden in gesloten ruimten” te staken. Bij vonnis van 8 mei 2013 (IEPT20130508) is echter het Nederlandse deel van dit octrooi nietig verklaard. Gelet op de definitieve en onherroepelijke vernietiging van het octrooi (Wagner heeft geen hoger beroep ingesteld) slaagt het principaal beroep van FX Prevent tegen het vonnis van 23 november 2011 en moeten de inbreukvorderingen van Wagner alsnog worden afgewezen, met veroordeling van Wagner in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep.
Partijen twisten nog slechts over de hoogte van de 1019h Rv proceskosten. De verweren van Wagner tegen de gevorderde bedragen falen. FX Prevent heeft geen afstand gedaan van haar recht om in eerste aanleg kosten te vorderen op de voet van artikel 1019h Rv. Voorts is de enkele omstandigheid dat de door Wagner in hoger beroep gemaakte kosten lager zijn dan de door FX Prevent in hoger beroep gemaakte kosten onvoldoende reden om de kosten niet redelijk en evenredig te achten. Overigens is het niet onbegrijpelijk dat de partij die de nietigheid inroept meer kosten maakt, omdat deze partij daartoe vaak meer (technisch) onderzoek moet verrichten en bovendien heeft FX Prevent in eerste aanleg slechts relatief geringe kosten gemaakt (ongeveer zesmaal minder dan de kosten van Wagner). Nu overigens geen gemotiveerd verweer tegen de gevorderde bedragen is gevoerd, zal het bestreden vonnis in principaal beroep worden vernietigd en het incidenteel beroep worden verworpen, met veroordeling van Wagner in de proceskosten (in eerste aanleg en in hoger beroep: € 63.766,84). Ook wordt Wagner veroordeeld tot terugbetaling aan FX Prevent van het door laatstgenoemde op grond van het vernietigde vonnis betaalde bedrag (€ 20.052,17).
IEPT20131126, Hof Den Haag, FX Prevent v Wagner