Kwekersrechtinbreuk: geen beroep op farmers privilege

03-12-2013 Print this page
IEPT20131127, Rb Den Haag, Breeders Trust v Ebben

Geen beroep op farmers privilege van artikel 14 GKVo: nateelt door Eyckens kan niet worden aangemerkt als gebruik op "eigen bedrijf" van Ebben. Sprake van inbreuk op Gemeenschapskwekersrecht op aardappelras Fontane, verbod wordt echter niet toegewezen nu Ebben zich in vaststellingsovereenkomst met Breeders Trust al heeft verplicht zich te onthouden van inbreuken. Passende vergoeding van artikel 94(1) GKVo ter hoogte van gebruikelijke licentievergoeding: € 1.909. 1019h Rv proceskosten: € 8.157,55.

KWEKERSRECHT

Breeders Trust behartigt de belangen van de houder van een Gemeenschapskwekersrecht op het aardappelras Fontane, en is gerechtigd om in eigen naam op te treden tegen inbreuken op dit kwekersrecht. Ebben heeft aardappelen van het ras Fontane geteeld en daarbij een deel van haar oogst gebruikt voor nateelt (vermeerderingsdoeleinden in het veld). Ebben heeft hiertoe een deelteeltovereenkomst gesloten met Eyckens, waarbij Ebben pootgoed levert aan Eyckens en Eyckens vervolgens de aardappelen teruglevert aan Ebben. Breeders Trust vordert een inbreukverbod met nevenvorderingen en stelt daartoe dat Ebben door het doen verrichten van nateelt inbreuk maakt op het Gemeenschapskwekersrecht.

De rechtbank oordeelt dat Ebben zich met betrekking tot de teelt door Eyckens niet kan beroepen op haar zogeheten farmers privilege in de zin van artikel 14 GKVo. De teelt door Eyckens kan namelijk niet worden aangemerkt als gebruik op het “eigen bedrijf” van Ebben: gesteld noch gebleken is dat het teeltbedrijf van Eyckens eigendom is van Ebben en/of door Ebben wordt geëxploiteerd op grond van een pachtovereenkomst. Voorts blijkt uit de deelteeltovereenkomst dat het risico van (het mislukken van) de teelt lag bij Eyckens en de kosten van de teelt voor rekening van Eyckens kwamen. Nu onweersproken is dat Ebben de nateelt heeft doen verrichten door Eyckens, moet het gebruik van het pootgoed voor vermeerderingsdoeleinden door Eyckens worden aangemerkt als een inbreuk door Ebben. Het gevorderde verbod wordt niet toegewezen: Ebben heeft zich in de vaststellingsovereenkomst met Breeders Trust immers al verplicht zich te onthouden van inbreuken. Ebben heeft deze overeenkomst niet geschonden, nu de inbreuk voor de overeenkomst heeft plaatsgevonden.

Breeders Trust kan wel aanspraak maken op een “passende vergoeding” in de zin van artikel 94(1) GKVo en het Geistbeck/STV-arrest, ter hoogte van de gebruikelijke licentievergoeding: € 1.909. Uit dit arrest volgt dat artikel 94(1) GKVo geen grond biedt voor aanspraak op een dubbele licentievergoeding, vanwege kosten die zijn gemaakt voor het toezicht op de eerbiediging van kwekersrechten. Voorts zijn de artikelen 94(2) GKVo en artikel 18 Uitvoeringsverordening niet van toepassing, zodat een additionele c.q. hogere vergoeding niet kan worden toegewezen. De opgavevordering wordt, in beperkte mate, toegewezen. 1019h Rv proceskosten: € 8.157,55.

IEPT20131127, Rb Den Haag, Breeders Trust v Ebben