Distributeur is USD 55.585,50 aan licentie-vergoedingen verschuldigd aan AAA Entertainment
13-12-2013 Print this page
Rechtsgeldige opzegging distributieovereenkomst: onvoldoende aannemelijk dat opzegging niet conform overeenkomst heeft plaatsgevonden en bovendien heeft Cinemavault kenbaar gemaakt dat zij beëindiging van overeenkomst accepteert. Cinemavault moet bedrag van USD 55.585,50 aan verschuldigde licentievergoedingen betalen: geen opschorting wegens schuldeisersverzuim van AAA Entertainment. Buitengerechtelijke incassokosten (€ 1.193,72).
DISTRIBUTIEOVEREENKOMST
AAA Entertainment, een productiemaatschappij, heeft de film “The Seven of Daran – The Battle of Pareo Rock” geproduceerd. Voor de internationale distributie van deze film heeft AAA Entertainment met Cinemavault een distributieovereenkomst gesloten, op grond waarvan laatstgenoemde licentievergoedingen incasseert bij derden die zij vervolgens na aftrek van een fee van 15% aan AAA Entertainment dient af te dragen. AAA Entertainment heeft deze overeenkomst per 31 maart 2012 opgezegd. Nadien is gebleken dat de film door Cinemavault na deze datum nog is gedistribueerd aan HBO Asia. AAA Entertainment vordert dan ook staking van ieder onrechtmatig handelen, waaronder het distribueren van de film en het innen van licentievergoedingen, evenals (achterstallige) betaling van verschuldigde licentievergoedingen. De vorderingen worden grotendeels toegewezen.
De voorzieningenrechter gaat uit van een rechtsgeldige opzegging van de overeenkomst per 31 maart 2012, nu Cinemavault onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de opzegging niet conform de overeenkomst heeft plaatsgevonden en zij in dit kort geding kenbaar heeft gemaakt dat zij de beëindiging van de overeenkomst accepteert. Vanaf die datum heeft Cinemavault niet langer het recht licentieovereenkomsten met derden te sluiten, zodat de verbodsvordering moet worden toegewezen. AAA Entertainment heeft voldoende spoedeisend belang bij toewijzing, nu zij aannemelijk heeft gemaakt dat Cinemavault overeenkomsten met derden heeft gesloten (waaronder HBO Asia) waarvoor zij geen toestemming heeft verleend, hetgeen op grond van de overeenkomst wel een vereiste is.
Cinemavault erkent dat zij nog een bedrag van USD 48.573 aan licentievergoedingen verschuldigd is, maar beroept zich met betrekking tot betaling van dit bedrag op opschorting wegens schuldeisersverzuim. De voorzieningenrechter verwerpt dit beroep: de vordering die zij beweert te hebben op AAA Entertainment is hiervoor te ongewis. Bovendien heeft Cinemavault eventuele gebreken niet tijdig gemeld en is AAA Entertainment nimmer deugdelijk in de gelegenheid gesteld beweerde gebreken te herstellen. Naast voornoemd bedrag is ook een bedrag aan USD 7.012,50 (niet door Cinemavault opgegeven bedrag aan licentievergoedingen) toewijsbaar, zodat het totaal neerkomt op USD 55.585,50. Ook bij toewijzing van dit bedrag heeft AAA Entertainment een spoedeisend belang, nu Cinemavault zich steeds erg onwelwillend heeft opgesteld en regelmatig niet heeft gereageerd op verzoeken en sommaties van AAA Entertainment. Cinemavault heeft bovendien erkend een bedrag verschuldigd te zijn, zodat van AAA Entertainment niet kan worden verwacht dat zij nog langer op haar geld moet wachten. Het mogelijke restitutierisico weegt hier niet tegen op. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten (€ 1.193,72) worden eveneens toegewezen, gelet op de onwelwillendheid van Cinemavault, waardoor aannemelijk is dat AAA Entertainment op extra kosten is gejaagd.
IEPT20131202, Rb Amsterdam, AAA Entertainment v Cinemavault