Ariel Pods maken inbreuk op octrooi van Unilever

30-12-2013 Print this page
IEPT20131219, Rb Den Haag, Unilever v P&G
(Met dank aan Richard Ebbink, Ruprecht Hermans en Jan Pot, Brinkhof)

Octrooi-inbreuk Ariel Pods: enigszins convexe vorm valt binnen conclusie, die “a generally rectangular or square base wall of the body portion” vereist en niet als eis stelt dat deze basiswand plat of vrijwel plat moet zijn. Iets toevoegen aan kenmerk dat aanwezig is, doet aan inbreuk niet af. Nederlandse rechter bevoegd inzake inbreuk op Nederlands octrooi jegens P&G-vennootschappen op grond van artikel 2 en artikel 5(3) EEX-Vo. Arbitraal beding sluit kort geding procedure niet uit. Geen spoedeisend belang inzake Ariel Tabs: onvoldoende voortvarend opgetreden na marktintroductie in Nederland in 2011 of 2012. Recall onder professionele afnemers..

OCTROOIRECHT

Unilever is houdster van het Europese octrooi voor een ‘Water soluble package’. Dit octrooi ziet op verpakkingen met een generally dome shaped body portion die vloeibaar wasmiddel bevat. De Oppositie Afdeling van het EOB heeft dit octrooi in gewijzigde vorm in stand gehouden en oordeelde dat de materie van het octrooi op uitvinderswerkzaamheid berust. Het hoger beroep van P&G US tegen deze beslissing zal naar verwachting medio mei 2014 door de TKB worden behandeld. Het moederoctrooi, dat eveneens een ‘Water soluble package’ als onderwerp heeft, is wel door de TKB herroepen wegens gebrek aan inventiviteit. Onder de namen Ariel Tabs en Ariel Pods brengt P&G in onder meer Nederland water oplosbare capsules met vloeibaar wasmiddel voor gebruik in wasmachines op de markt. Unilever vordert een inbreukverbod en een recall (van de Ariel Pods). De vorderingen worden grotendeels toegewezen.

De voorzieningenrechter concludeert bevoegd te zijn van de zaak kennis te nemen: de Nederlandse rechter is internationaal bevoegd (r.o. 4.1) en het verweer van P&G dat in de tussen partijen gesloten ‘Settlement Term Sheet’ is uitgesloten dat een procedure in kort geding kan worden gevoerd voordat de non-binding arbitration heeft plaatsgevonden, faalt (r.o. 4.2-4.5). De spoedeisendheid van de vorderingen van Unilever, voor zover die betrekking hebben op de Ariel Tabs, ontbreekt echter: Unilever heeft onvoldoende voortvarend opgetreden tegen deze gestelde inbreuk, nu de Ariel Tabs in een aantal landen in Europa in ieder geval vanaf 2003 worden verhandeld en de marktintroductie in Nederland plaatsvond in 2011 of 2012. Dit is anders voor de Ariel Pods, die in het voorjaar van 2013 zijn geïntroduceerd.

De voorzieningenrechter meent dat er geen sprake is van een serieuze, niet te verwaarlozen kans dat (conclusie 1 van) het octrooi van Unilever door de bodemrechter of de TKB van het EOB nietig zal worden bevonden: er is geen sprake van toegevoegde materie en gelet op de meest nabije stand van de techniek is de geoctrooieerde uitvinding nieuw en inventief. Inbreuk op het octrooi van Unilever wordt vervolgens aangenomen: de Ariel Pods vallen onder de beschermingsomvang van conclusie 1. Deze conclusie vereist “a generally rectangular or square base wall of the body portion” en stelt niet als eis dat deze basiswand (vrijwel) plat moet zijn. Een enigszins convexe vorm, zoals de basiswand van de Ariel Pods, valt derhalve ook binnen de conclusie, zolang de basiswand maar in het algemeen rechthoekig of vierkant is. Op grond van de vermelding van P&G Distribution en P&G International op de verpakking van de Ariel Pods-capsules moet worden aangenomen dat (ook) deze vennootschappen, naast P&G NL, de producten aanbieden, leveren of verkopen, en derhalve inbreukmakende handelingen verrichten. Dit is anders voor P&G US: onbetwist is dat P&G US uitsluitend houder van de domeinnaam lekkerinhetleven.nl is en dat P&G NL verantwoordelijk is voor de website.


IEPT20131219, Rb Den Haag, Unilever v P&G