Geen onvoorwaardelijke verplichting tot koop en betaling van Nederlands octrooi voor “spray-tunnel”: uitdrukkelijk bepaald dat een licentie en (na vijf jaar) een exclusief recht van koop wordt verleend. Koopovereenkomst van 1 dec 2010 ontbonden inzake Nederlands “spraytunnel”-octrooi wegens verval octrooi door niet betalen jaartax. Europees “spraytunnel”-octrooi kan niet gelijkgesteld worden met Nederlands octrooi: Nederlands octrooi had ruimere strekking.
OCTROOIRECHT - OVEREENKOMST
Appellante was houdster van een Nederlands octrooi op een spraytunnel; dit octrooi is op 1 december 2010 komen te vervallen. Geïntimeerden hebben de overeenkomst tussen partijen van 1 november 2010 ontbonden, namelijk voor zover zij verplicht zouden zijn het bedrag van € 700.000 te betalen als tegenprestatie voor de overdracht van het octrooi van appellante, nu dat octrooi niet meer kon worden overgedragen. Appellanten vorderen nakoming van de contractuele verplichtingen en betaling van het overeengekomen bedrag. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis geoordeeld dat de reconventionele vordering van geïntimeerden tot verklaring van recht dat de overeenkomst is ontbonden wegens tekortkoming in de nakoming door appellanten toewijsbaar is. In het eindvonnis heeft de rechtbank vervolgens de vorderingen van appellanten afgewezen en appellanten veroordeeld om ter zake van schadevergoeding een bedrag van € 34.455,55 aan geïntimeerden te betalen. De grieven van appellanten richten zich tegen deze beslissingen.
Het hof oordeelt dat appellanten hun stelling dat geïntimeerden zich in de overeenkomsten van 21 september 2005 onvoorwaardelijk hebben verbonden tot koop en betaling van het octrooi onvoldoende hebben onderbouwd. Deze stelling verhoudt zich niet met inhoud van de overeenkomsten, waarin immers ten aanzien van het octrooi uitdrukkelijk is bepaald dat een licentie wordt verstrekt aan geïntimeerden en aan geïntimeerden na vijf jaar een exclusief recht van koop van het octrooi wordt verleend. Vastgesteld wordt voorts dat de overeenkomst tussen partijen van 1 november 2010 slechts betrekking had op het Nederlandse octrooi van appellanten en dat dit octrooi is vervallen omdat de jaartaks niet is betaald. Dat appellanten niet meer in staat zijn hun verplichting tot levering van het octrooi na te komen, ten gevolge van omstandigheden die voor hun rekening komen, levert een tekortkoming in de nakoming op die de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt.
De stelling van appellanten dat het Europese octrooi met betrekking tot de spraytunnel op één lijn kan worden gesteld met het Nederlandse octrooi gaat niet op, nu het Nederlandse octrooi een ruimere strekking had. De grieven falen derhalve en de bestreden vonnissen worden bekrachtigd.
IEPT20140107, Hof Den Bosch, Spraytunnel