Deskundigenbericht bevolen om na te gaan of handtekening op akte inzake overdracht ROYAL T-STICK merken echt is

12-02-2014 Print this page
IEPT20140115, Rb Den Haag, Royal T-Stick

Nederlandse rechter bevoegd inzake vraag wie merkhouder is: artikel 22(4) EVEX II moet restrictief worden uitgelegd en niet van toepassing op geschillen inzake rechthebbende. Toezegging van aandeelhouder [Z] tot overdracht van (twee) ROYAL T-STICK merken; geen meer om-vattende afspraak inzake alle bestaande en toekomstige ROYAL T-STICK merken. Deskundigenbericht inzake echtheid handtekening van [Z] op overdrachtsakte. Nederlandstalige overeenkomst niet vernietigbaar wegens dwaling: indien [Z] overeenkomst niet goed begreep, had het op zijn weg gelegen om nadere info of vertaling te vragen, nu uit stukken blijkt dat partijen communiceerden in Nederlandse taal. Indien sprake is van rechtsgeldige overdracht van merken aan [X] en [Y], maken bij [Z] in beslag genomen theestaafjes voorzien van teken ROYAL T-STICK inbreuk door invoeren en in voorraad hebben ervan in Gemeenschap

MERKENRECHT - IPR

Tussenvonnis in drie gevoegde zaken. Royal T-Stick Europe (RTE) is een onderneming, die theestaafjes verhandelt onder de merknaam Royal T-Stick. [X], [Y], [Z] en [W] waren (indirect) aandeelhouders van RTE. [Z] was houder van het Gemeenschaps- en internationale woordmerk ROYAL T-STICK en heeft in 2010 bij akte het Gemeenschapsmerk in gemeenschappelijk eigendom overgedragen aan zichzelf, [X] en [Y]. In 2012 heeft [Z] vervolgens alle (eigendoms)rechten op de merknaam Royal T-Stick overgedragen aan [X] en [Y]. Laatstgenoemden vorderen in de hoofdzaak een verbod op inbreuk door [Z] op voornoemd Gemeenschapsmerk en overdracht van de bij [Z] in beslag genomen inbreukmakende theestaafjes aan RTE. [Z] bestrijdt echter dat hij degene is die de overdrachtsakte van 2012 heeft ondertekend en roept subsidiair de vernietiging van de overeenkomst in op grond van dwaling, bedrog en/of misbruik van omstandigheden. In tussenkomst vordert [W] dat [X], [Y] en [Z] worden veroordeeld tot medewerking aan overdracht van alle merkrechten inzake ‘Royal T-Stick’ aan hen alle vier in persoon.

De Nederlandse rechter is bevoegd in alle drie de zaken: artikel 22(4) EVEX II is niet van toepassing, nu deze restrictief moet worden uitgelegd. Het heeft betrekking op de geldigheid, het bestaan of het verval van het merkrecht zelf, maar niet op geschillen over de vraag wie de rechtmatige houder van het recht is. Uit de notulen van een aandeelhoudersvergadering volgt dat [Z] als aandeelhouder van RTE in 2008 inderdaad heeft toegezegd dat hij zijn twee merkinschrijvingen over zou dragen aan de vier aandeelhouders. Uit deze notulen (en verdere e-mail correspondentie) blijkt echter niet dat er een meer omvattende afspraak tussen partijen bestond, inhoudende dat ieder van hen alle bestaande en toekomstige ROYAL T-STICK merken waarvan zij rechthebbende waren of zouden worden, aan alle vier gezamenlijk dienden over te dragen. Op [X] en [Y] rust derhalve geen enige contractuele verplichting tot overdracht van ROYAL T-STICK merken aan de aandeelhouders, zodat het door [W] in de tussenkomst gevorderde jegens [X] en [Y] niet toewijsbaar is. Dit is anders voor [Z]: of [Z] echter in staat is om zijn merkinschrijvingen over te dragen, hangt af van de vraag of die merkrechten door middel van de akte in 2012 zijn overgedragen aan [X] en [Y].

Nu [Z] ontkent de akte te hebben ondertekend, is het aan [X] en [Y] om te bewijzen dat de handtekening op het document echt is. De rechtbank beveelt hiertoe een deskundigenbericht, uit te voeren door een handschriftdeskundige. Mochten [X] en [Y] niet slagen in hun bewijsopdracht, dan is er geen sprake van een geldige overdracht en is het Gemeenschapsmerk in gemeenschappelijk eigendom van [Z], [X] en [Y] gebleven zodat gebruik door [Z] van het merk geen inbreuk vormt. Wel is [Z] dan gehouden zijn (aandeel in de) merken over te dragen aan alle vier aandeelhouders. Mochten [X] en [Y] wel slagen in hun bewijsopdracht, dan oordeelt de rechtbank reeds dat de overeenkomst niet vernietigd kan worden op grond van dwaling. De stelling van [Z] dat hij de Nederlandse taal onvoldoende machtig is om de akte te begrijpen, gaat niet op: uit de in het geding gebrachte correspondentie blijkt dat partijen schriftelijk met elkaar communiceerden in de Nederlandse taal. Als [Z] de overeenkomst niet goed begreep, had het op zijn weg gelegen om na te gaan wat de strekking van de overeenkomst was en om zonodig eerst een vertaling te vragen, alvorens die te ondertekenen. In dat geval zou dan sprake zijn van een rechtsgeldige overdracht aan [X] en [Y], zodat de bij [Z] in beslag genomen theestaafjes voorzien van het teken ROYAL T-STICK inbreuk maken, doordat [Z] deze theestaafjes in de Gemeenschap had ingevoerd en ter verhandeling in voorraad had.

IEPT20140115, Rb Den Haag, Royal T-Stick