Schorsing tenuitvoerlegging verbod op naam "Nederlands Symfonieorkest" in afwachting van bodemvonnis

04-02-2014 Print this page
IEPT20140129, Rb Amsterdam, NL Symfonieorkest v NL Philharmonisch Orkest
(Met dank aan Marc de Boer, Boekx Advocaten)

Schorsing tenuitvoerlegging eerder arrest in kort geding, waarin NedSym een verbod was opgelegd om naam Nederlands Symfonieorkest bij voorbereiding van en met ingang van seizoen 2014-2015 te gebruiken: gelet op gewijzigde omstandigheden, waaronder nog voor aanvang van seizoen 2014/2015 te verwachten uitspraak in bodemprocedure en opzegging van overeenkomst tussen partijen, zal aan zijde van NedSym een noodtoestand ontstaan indien executie van dit arrest wordt voortgezet, nu NedSym aanzienlijke kosten m.b.t. tijdelijke wijziging van naam en vervolgens terugwijzigen in 'oude' naam aannemelijk heeft gemaakt.  

PROCESRECHT - HANDELSNAAMRECHT

Zie ook IEPT20120406 (vzr) en IEPT20130625 (hof). Bij arrest in kort geding is het Nederlands Symfonieorkest (NedSym) een verbod opgelegd om deze (handels-)naam bij de voorbereiding van en met ingang van seizoen 2014-2015 te gebruiken. Het Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPho) mocht op grond van toezeggingen van NedSym ervan uitgaan dat het NedSym nimmer in het Nederlandse taalgebied de naam Nederlands Symfonieorkest zou gaan gebruiken. NedSym heeft een bodemprocedure aanhangig gemaakt, waarin onder meer een verklaring voor recht wordt gevorderd dat geen sprake is van bindende contractuele afspraken tussen partijen. NedSym vordert voorts in dit kort geding een verbod op de tenuitvoerlegging van bovengenoemd arrest, totdat in de tussen partijen aanhangige bodemprocedure een beslissing is genomen.

Vooropgesteld wordt dat bedoeld arrest is gewezen in kort geding en daarom geen gezag van gewijsde heeft: partijen zijn dus aan de voorlopige oordelen en beslissingen van het hof niet gebonden. Dat neemt echter niet weg dat voor zover een verbod wordt gevraagd om de executie van een bij dit arrest uitgesproken veroordeling te verbieden, daarvoor in beginsel het criterium voor een executiegeschil moet worden toegepast. De voorzieningenrechter is vervolgens van oordeel dat, gelet op de gewijzigde omstandigheden waaronder de nog voor de aanvang van het seizoen 2014/2015 te verwachten uitspraak in de bodemprocedure en de opzegging van de overeenkomst tussen partijen (niet zijnde een vaststellingsovereenkomst), het eerder gegeven verbod om in alle voorbereidingshandelingen met betrekking tot het seizoen 2014/2015 de naam Nederlands Symfonieorkest te gebruiken, zodat NedSym gedwongen is tot naamswijziging, te ver gaat.

Hierbij is van belang dat de voorbereidingen voor het nieuwe seizoen reeds vóór een oordeel van de bodemrechter aanvangen. Onder deze omstandigheden zal aan de zijde van NedSym een noodtoestand ontstaan indien de executie van het arrest wordt voorgezet, nu NedSym aannemelijk heeft gemaakt dat een tijdelijke wijziging van haar naam en het vervolgens weer terugwijzigen in haar ‘oude’ naam aanzienlijke kosten met zich zal brengen. Rekening houdende met de wederzijdse belangen van partijen, geeft de voorzieningenrechter voorzieningen die gelden tot de uitspraak in de bodemprocedure en die enerzijds aan het belang van NedPho om niet met NedSym verward te worden zo veel mogelijk tegemoet komt en anderzijds NedSym niet noodzaakt een andere naam te kiezen: de tenuitvoerlegging van het arrest wordt geschorst in die zin dat NedSym, totdat de bodemrechter uitspraak heeft gedaan, in haar voorbereidingshandelingen enkel de naam “Nederlands Symfonie Orkest/HET orkest van het oosten" mag gebruiken.


IEPT20140129, Rb Amsterdam, NL Symfonieorkest v NL Philharmonisch Orkest