Vermarkten van concurrerend product door distributeur grond voor opzegging
26-02-2014 Print this page
Distributieovereenkomst als duurovereenkomst in beginsel opzegbaar. Redelijkheid en billijkheid kan meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat. Op markt brengen van concurrerend product door distributeur is voldoende grond voor opzegging van distributieovereenkomst; geen slaafse nabootsing vereist. Opzegtermijn van drie maanden voldoende.
DISTRIBUTIEOVEREENKOMST
Arrest in kort geding. Partijen houden zich bezig met de ontwikkeling van legnesten voor pluimvee. In 2010 hebben partijen een exclusieve distributieovereenkomst gesloten, die door appellanten in 2013 is opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. De voorzieningenrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat appellanten hun verplichtingen uit de overeenkomst van 2013 dienen na te komen. De grieven van appellanten tegen dit oordeel slagen, zodat het bestreden vonnis moet worden vernietigd.
Het hof oordeelt, anders dan de voorzieningenrechter, dat een duurovereenkomst in beginsel opzegbaar is indien wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat. Uit diezelfde eisen kan voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen en/of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. Nu de voorzieningenrechter ook ten onrechte geen of onvoldoende aandacht heeft besteed aan de belangen van appellanten bij opzegging van de overeenkomst, dient het hof de vorderingen van geïntimeerden opnieuw te beoordelen.
Noch uit de overeenkomst noch uit de wet vloeien bepalingen voort over de opzegbaarheid van de betreffende overeenkomst, zodat deze in beginsel opzegbaar is. Voorshands acht het hof niet aannemelijk dat partijen bij de overeenkomst voor ogen hebben gehad dat geïntimeerden onder eigen naam een legnest voor de (eigen) Europese markt zou ontwikkelen, dat zou concurreren met de nesten van appellanten. Het is bepaald onaannemelijk dat een producent akkoord zou gaan met een exclusieve distributieovereenkomst waarbij het de distributeur tevens vrij zou staan om concurrerende producten op dezelfde markt te brengen, te meer als deze zijn afgeleid van het product van de producent. Vastgesteld wordt vervolgens dat het nest van geïntimeerden concurreert met het nest van appellanten: het wordt aangeboden voor dezelfde toepassingen tegen een lagere prijs.
Deze concurrentie acht het hof een voldoende grond voor de opzegging van de duurovereenkomst. In het onderhavige geval brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid niet mee dat appellanten in verband met de eventuele afhankelijkheid van geïntimeerden van de overeenkomst dan wel met investeringen aan hun zijde, een zwaarwegende grond voor de opzegging dienden te hebben. Ook konden zij met een opzegtermijn van drie maanden volstaan en waren zij niet tot schadevergoeding verplicht.
IEPT20140204, Hof Arnhem-Leeuwarden, Legnesten