Bescherming op moment dat in China gekocht goed op grondgebied komt, louter o.g.v. verkrijging van dat goed
06-02-2014 Print this page
Douaneverordening biedt bescherming op het ogenblik waarop een via een verkoopsite in een derde land verkocht goed, op het grondgebied van lidstaat binnenkomt louter op grond van de verkrijging van dat goed, ongeacht of daarvoor een verkoopaanbieding is gedaan of reclame is gemaakt bij de consumenten van diezelfde staat.
DOUANEBESLAG
Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de Douanebeslagverordening en is ingediend in het kader van een geding tussen de heer Blomqvist en Rolex over de vernietiging van een namaakhorloge dat door de douaneautoriteiten in beslag werd genomen en door Blomqvist was gekocht via een Chinese verkoopsite op internet. Met de prejudiciële vragen wenst de verwijzende rechter (het Deense Højesteret) te vernemen of uit deze verordening voortvloeit dat aan de houder van een IE-recht op een goed dat aan een in een lidstaat woonachtige persoon wordt verkocht via een verkoopsite op internet in een derde land, slechts de bescherming wordt verleend die aan deze houder door voornoemde verordening wordt gewaarborgd op het ogenblik waarop dit goed op het grondgebied van deze lidstaat binnenkomt, indien die verkoop in de betrokken lidstaat wordt beschouwd als een vorm van distributie onder het publiek (auteursrecht) of als gebruik in het economische verkeer (merkenrecht). De verwijzende rechter vraagt zich ook af, of vóór de verkoop voor dat goed een verkoopaanbieding moet zijn gedaan aan of reclame zijn gemaakt bij de consumenten van diezelfde staat. Het HvJEU verklaart voor recht:
Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten moet aldus worden uitgelegd dat de houder van een intellectuele-eigendomsrecht op een goed dat aan een in een lidstaat woonachtige persoon wordt verkocht via een verkoopsite op internet in een derde land, op het ogenblik waarop dit goed op het grondgebied van deze lidstaat binnenkomt de bescherming wordt geboden die door voornoemde verordening aan deze houder wordt gewaarborgd louter op grond van de verkrijging van dat goed. Daartoe is niet vereist dat vóór de verkoop voor het betrokken goed tevens een verkoopaanbieding is gedaan aan of reclame is gemaakt bij de consumenten van diezelfde staat.
Enkele overwegingen:
33 Aldus kunnen uit een derde land afkomstige goederen die een imitatie zijn van een in de Europese Unie door een merkrecht beschermde waar of een kopie van een in de Unie door een auteursrecht, naburig recht, tekening of model beschermde waar, inbreuk op die rechten maken en bijgevolg als „namaakgoederen” of „door piraterij verkregen goederen” worden aangemerkt, wanneer is bewezen dat zij bestemd zijn om in de Unie te worden verhandeld, waarbij dit bewijs is geleverd met name wanneer blijkt dat deze goederen aan een klant in de Unie zijn verkocht of voor deze goederen een verkoopaanbieding is gedaan aan of reclame is gemaakt bij de consumenten van de Unie (zie in die zin arrest Philips, reeds aangehaald, punt 78).
34 Vaststaat dat in het hoofdgeding het betrokken goed aan een klant in de Unie is verkocht. Een dergelijke situatie is derhalve in geen geval vergelijkbaar met die waarin goederen worden aangeboden op een „elektronische marktplaats”, en a fortiori evenmin met die van goederen die het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht onder een schorsingsregeling. Bijgevolg kan de loutere omstandigheid dat deze verkoop heeft plaatsgevonden via een verkoopsite op internet in een derde land, niet tot gevolg hebben dat de houder van een intellectuele-eigendomsrecht op het verkochte goed de bescherming wordt ontzegd die voortvloeit uit de douaneverordening, zonder dat hoeft te worden nagegaan of vóór die verkoop voor een dergelijk goed tevens een verkoopaanbieding aan het publiek is gedaan of reclame is gemaakt bij de consumenten van de Unie.
IEPT20140206, HvJEU, Blomqvist v Rolex