(Impliciet) in opdrachtovereenkomst exclusieve licentie voor onbepaalde tijd verleend voor gebruik lesdocumenten
18-02-2014 Print this page
Verbod op (later) gebruik van handelsnaam "WON Akademie": vaststaat dat eiseres al sinds januari 2012 naar buiten treedt onder deze handelsnaam. Overdracht van domeinnamen wonakademie.nl en platformwon.nl bevolen: voldoende aannemelijk dat gedaagde [A] deze domeinnamen niet voor zichzelf maar voor eiseres heeft geregistreerd. Hoewel inhoud van e-mails van gedaagden onrechtmatig is jegens eiseres, wordt rectificatie niet opportuun geacht nu ontvangers ervan al geruime tijd zijn bestookt met e-mails van partijen en een zekere aversie kan zijn ontstaan. Gedaagde [D] is maker van en rechthebbende op lesdocumenten: geen overdracht auteursrechten en eiseres kan niet krachtens artikel 7 of 8 Aw als maker worden aangemerkt. Overeenkomst van opdracht tussen [D] en eiseres moet wel zo worden uitgelegd dat [D] (impliciet) een exclusieve licentie voor onbepaalde tijd aan eiseres heeft verleend voor gebruik van haar werken, nu voldoende aannemelijk is dat [D] deze werken op initiatief en in opdracht van eiseres heeft vervaardigd.
HANDELSNAAMRECHT – AUTEURSRECHT
Gedaagden zijn allen werkzaam geweest bij eiseres Stichting Wetenschapsoriëntatie Nederland en hebben eind 2013 Stichting WON Akademie opgericht. In dat kader hebben gedaagden een aantal e-mailberichten doen rondgaan waarin onder meer melding wordt gemaakt van een “doorstart”, hetgeen de suggestie wekt dat Stichting Wetenschapsoriëntatie NL haar activiteiten beëindigt. Eiseres vordert in dit kort geding een verbod op het gebruik van de handelsnaam “WON Akademie” en overdracht van de domeinnamen wonakademie.nl en platformwon.nl, evenals een verbod op het gebruik van de lesdocumenten waarvan zij (mede)auteursrechthebbende c.q. licentienemer is en rectificatie van bedoelde e-mails.
Vaststaat dat eiseres sinds januari 2012 naar buiten treedt onder de handelsnaam WON Akademie, zodat zij bescherming geniet tegen later gebruik door gedaagden van dezelfde handelsnaam. Ook is voldoende aannemelijk dat gedaagde [A] de domeinnamen in 2008 resp. 2012 niet voor zichzelf doch voor eiseres heeft geregistreerd, met als gevolg dat de domeinnamen en de daaraan gekoppelde website eigendom zijn van eiseres. De vorderingen met betrekking tot de handelsnaam en domeinnamen zijn dan ook toewijsbaar; hieraan doet niet af dat gedaagden reeds voor de zitting hebben toegezegd hun handelsnaam te wijzigen en de domeinnamen over te dragen. De voorzieningenrechter acht het kapen door gedaagden van de handelsnaam en de domeinnamen van eiseres dermate in strijd met de Hnw en onrechtmatig dat eiseres – zolang aan de toezegging geen uitvoering is gegeven – een groot en spoedeisend belang houdt bij toewijzing van deze vorderingen.
Hoewel de inhoud van de e-mails van gedaagden onrechtmatig is jegens eiseres (er wordt ten onrechte gesuggereerd dat eiseres haar activiteiten heeft beëindigd en dat gedaagden eigenaar zijn van de naam WON Akademie), wordt het niet opportuun geacht gedaagden te gebieden tot het sturen van een rectificatie. De ontvangers, schoolleiders, worden al geruime tijd bestookt met e-mails van partijen, zodat voorstelbaar is dat er een zekere moeheid of aversie kan ontstaan.
Voorts moet gedaagde [D] als maker van en rechthebbende op de lesdocumenten worden aangemerkt. Er is geen sprake van overdracht van de auteursrechten aan eiseres; evenmin kan geoordeeld worden dat de auteursrechten op grond van artikel 7 of 8 Aw aan eiseres toekomen. [D] was ten tijde van het vervaardigen van de werken niet in loondienst van eiseres en de naam van de natuurlijke persoon [D] is als maker vermeld op de werken. Wel geldt dat [D] deze werken op initiatief en in opdracht van eiseres heeft vervaardigd: voldoende aannemelijk is dat zij hierbij aanwijzingen van het bestuur ontving, dat zij aan het bestuur verantwoording diende af te leggen over haar werkzaamheden en dat zij hiervoor een vergoeding van eiseres ontving. De overeenkomst van opdracht tussen eiseres en [D] moet derhalve zo worden uitgelegd dat [D] (impliciet) een exclusieve licentie voor onbepaalde tijd aan eiseres heeft verleend voor het gebruik van de werken. Indien [D] de exploitatie van haar werken exclusief voor zichzelf had willen behouden, had het op haar weg als rechthebbende gelegen om hierover met eiseres expliciete afspraken te maken. Het gevorderde verbod wordt dan ook toegewezen.
IEPT20140207, Rb Amsterdam, Wetenschapsoriëntatie NL v WON Akademie