Exclusieve bevoegdheid van artikel 22(4) EEX-Vo ziet alleen op in EU geregistreerde merken. Geen uitputting: inbreuk door kleding (i) die geen NOMEX-vezels bevatte maar wel was voorzien van merken NOMEX en DUPONT en (ii) wel NOMEX-vezels bevatten, maar geen toestemming voor import in EER. Ook inbreuk op merkrechten in India en VAE. Merkinbreuk in Benelux door aanbieden van inbreukmakende producten via website en gebruik van teken Dupont als metatag. Geen wereldwijd inbreukverbod: beperkt tot de Benelux, de Gemeenschap, VAE en India. Geen goede trouw van Damet ten aanzien van aanwezigheid van NOMEX vezels in door haar bestelde producten: (veel) actievere houding vereist ten aanzien van haar toeleveranciers. Inzage inbeslaggenomen documenten over (mogelijke) verhandeling van inbreukmakende producten door Damet in China, Taiwan, Egypte, Kazachstan, Nigeria en Qatar. Reconventie: onvoldoende onderbouwd dat merk NOMEX een soortnaam is geworden en niet onderbouwd dat merken NOMEX en DUPONT niet normaal zijn gebruikt voor kleding: gebruik door licentienemer voldoende.
MERKENRECHT
Vervolg op IEPT20110907 (vonnis in incident, waarin Damet een inbreukverbod is opgelegd voor de duur van de procedure in de hoofdzaak) en IEPT20111130 (vonnis in incident, waarin inzage is bevolen in onder Damet inbeslaggenomen bestanden en monsters). DuPont is houder van het Benelux woordmerk “NOMEX”, het Gemeenschapswoordmerk “DUPONT” en van rechten met betrekking tot deze merken in India en de VAE. DuPont vordert onder meer een wereldwijd inbreukverbod, opgave, vernietiging van de voorraad inbreukmakende producten en rectificatie.
De rechtbank acht zich bevoegd ten aanzien van de vorderingen van DuPont. Ten aanzien van de vorderingen, gegrond op de merkrechten in India en VAE, staat de exclusieve bevoegdheidsbepaling van artikel 22(4) EEX-Vo hieraan niet in de weg, omdat deze bepaling niet ziet op merken die niet in een van de lidstaten zijn geregistreerd. Het uitputtingsverweer van Damet slaagt niet: voor zover de door Daltra onder de merken NOMEX en DUPONT in de Benelux verhandelde kleding geen NOMEX-vezels bevatte, levert dit merkinbreuk op. Dat de aanbieder niet op de hoogte was of had kunnen zijn van de afwezigheid van een bestanddeel van het product dat het gebruik van het teken rechtvaardigt, doet daaraan niet af. Voorts heeft Damet, ten aanzien van de handel in producten onder genoemde merken die wel NOMEX-vezels bevatten, niet gesteld dat DuPont toestemming heeft gegeven voor import in de EER. Ook de verhandeling van kleding voorzien van de merken van DuPont zonder dat deze kleding NOMEX-vezels bevat, vormt merkinbreuk in India en VAE. Tot slot wordt door het aanbieden van inbreukmakende producten op haar website en het gebruik van het teken Dupont als metatag door Dalmeijer eveneens inbreuk op de merkrechten van DuPont gemaakt.
Een wereldwijd verbod wordt niet toegewezen: het verbod wordt beperkt tot de Benelux, de Gemeenschap, de VAE en India. De rechtbank oordeelt dat Damet niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van de aanwezigheid van NOMEX-vezels in de door haar bestelde producten. Als professionele marktpartij en ex-licentienemer van DuPont mag zij bekend worden verondersteld met de noodzaak zich goed te informeren over de producten die zij laat vervaardigen en de daarvoor benodigde stoffen en over de wijze waarop DuPont licenties verstrekt voor de verwerking van deze vezels. Om verzekerd te zijn van het gebruik van deze vezels in de dor haar bestelde kleding mocht van haar een (veel) actievere houding worden verwacht ten aanzien van haar toeleveranciers.
Uit het rapport van de eerder uitgevoerde inzage in de onder Damet in beslag genomen bescheiden blijkt dat deze documenten informatie bevatten over mogelijke verhandeling door Damet van inbreukmakende producten in China, Taiwan, Egypte, Kazachstan, Nigeria en Qatar. Nu DuPont ook in deze landen merkrechten kan doen gelden, wordt de vordering tot inzage hiertoe toegewezen. Ook de gevorderde opgave en vernietiging wordt toegewezen. In reconventie wordt het beroep van Damet op nietigheid dan wel verval van de merkrechten van Dupont afgewezen: Damet heeft onvoldoende onderbouwd dat het merk NOMEX een soortnaam is geworden (het consequente gebruik door DuPont van het ®-symbool achter NOMEX wijst op het tegendeel) en niet onderbouwd dat de merken NOMEX en DUPONT niet (normaal) zijn gebruikt voor kleding. Gebruik door een licentienemer moet ook worden aangemerkt als gebruik van het merk. 1019h Rv proceskosten: € 66.595,56 (conventie), € 22.198,52 en € 22.198,52 (incident).
IEPT20140212, Rb Den Haag, DuPont v Dapro