Alle door Unie-instellingen vastgestelde bepalingen met dwingende rechtsgevolgen zijn vatbaar voor beroep
14-02-2014 Print this page
Automatische inschrijving door Europese Commissie van reeds beschermde wijnnamen in E-Bacchusdatabase brengt geen dwingende rechtsgevolgen tot stand en is dus niet vatbaar voor beroep.
PROCESRECHT - OORSPRONGSBENAMING
Hogere voorziening tegen arrest van het Gerecht EU, waarbij het Gerecht het beroep van Hongarije tot nietigverklaring van de inschrijving van de beschermde oorsprongsbenaming „Vinohradnícka oblasť Tokaj”, die met Slowakije (Tokaj-wijngebied) als land van oorsprong voorkomt in het elektronische register van beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen inzake wijnen, niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het Gerecht heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de litigieuze inschrijving geen rechtsgevolgen in het leven riep en dus geen “voor beroep vatbare handeling” in de zin van artikel 263 VWEU was. Het Gerecht is hierbij uitgegaan van de omstandigheid dat deze oorsprongsbenaming reeds beschermd was op grond van een EU-Verordening voordat het werd ingeschreven in het elektronische register.
De hogere voorziening wordt afgewezen. Het Hof oordeelt dat als voor beroep vatbare handelingen in de zin van artikel 263 VWEU worden aangemerkt alle door de instellingen van de Unie vastgestelde bepalingen, ongeacht de vorm, die tot doel hebben dwingende rechtsgevolgen tot stand te brengen. Deze dwingende rechtsgevolgen dienen te worden beoordeeld aan de hand van objectieve criteria, zoals de inhoud en context van de handeling en de bevoegdheden van de instelling die de handeling heeft vastgesteld.
Uit de inhoud en de juridische context waarin de litigieuze inschrijving heeft plaatsgevonden, blijkt dat het nieuwe wijnregime vanwege de rechtszekerheid voorziet in een overgangsregeling, waarmee wordt beoogd de nieuwe onderzoeksprocedure niet te doen toepassen op de reeds in de Unie bestaande oorsprongsbenamingen, alsmede het schrappen daarvan te beperken. De inschrijving van bedoelde en reeds beschermde oorsprongsbenaming in het elektronische register door de Commissie heeft dus geen gevolgen voor de (automatische) bescherming ervan op het niveau van de Unie. De Commissie is immers niet bevoegd bescherming te verlenen of te besluiten welke wijnnaam in het register moet worden opgenomen. Het Gerecht heeft derhalve terecht geoordeeld dat de litigieuze wijnnaam niet slechts bescherming op het niveau van de Unie geniet indien zij in het register zijn opgenomen, zodat deze inschrijving geen dwingende rechtsgevolgen tot stand heeft gebracht en dus geen voor beroep vatbare handeling is.
IEPT20140213, HvJEU, Hongarije v Europese Commissie