Voeging ten onrechte afgewezen wegens vertraging procedure

IEPT20140328, HR, FIAR v Thuiskopie

Print pagina

(Met dank aan Arnout Groen (Hofhuis Alkema Groen), Thijs van Aerde (Houthoff Buruma), Tobias Cohen Jehoram en Vivien Rörsch (De Brauw Blackstone Westbroek)

 

Voeging ten onrechte afgewezen wegens vertraging procedure: Een in beginsel toewijsbare vordering tot voeging kan dan ook niet - behoudens bijzondere omstandigheden waaromtrent het hof niets heeft vastgesteld - wegens strijd met de eisen van een goede procesorde worden afgewezen op de grond dat de procedure in de hoofdzaak als gevolg van de voeging wordt vertraagd. Tussenkomst niet toegestaan: samenhang in te stellen vordering met hoofdzaak onvoldoende toegelicht.

PROCESRECHT

Cassatie tegen het arrest van het hof Den Haag van 29 januari 2013, waarin de vordering om FIAR toe te laten als gevoegde partij aan de zijde van de Staat en SONT is afgewezen. In de hoofdprocedure vordert Thuiskopie schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen, dat hierin zou hebben bestaan dat de Staat in een reeks algemene maatregelen van bestuur tussen 2006 en 2012 digitale audiospelers en digitale videorecorders niet heeft aangewezen als voorwerpen ten aanzien waarvan een thuiskopievergoeding verschuldigd is. Zie ook IEPT20111019 (rb). Het arrest van het hof wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof. 

Het onderdeel dat gericht is op het oordeel van het hof dat de toewijzing van de voeging van FIAR het hoofdgeding onnodig vertraagt treft doel. Ten eerste moet in cassatie als vaststaand wordt aangenomen dat is voldaan aan de eisen van artikel 218 Rv, namelijk dat de vordering tot voeging wordt ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen. Het oordeel dat de procedure in de hoofdzaak onredelijk zou worden vertraagd kan niet worden gegrond op de enkele omstandigheid dat de incidentele vordering ook eerder had kunnen worden ingesteld. Het argument dat voeging in strijd zou zijn met de eisen van een goede procesorde kan het oordeel van het hof eveneens niet dragen, vanwege het feit dat met voeging in het algemeen tijd gemoeid zal zijn. Voeging strekt er immers toe dat een derde zich mengt in het processuele debat van partijen. Behoudens bijzondere omstandigheden, die het hof niet heeft vastgesteld, had het hof dus niet kunnen oordelen dat voeging in strijd zou zijn met de eisen van een goede procesorde. Het derde argument verdraagt zich niet met het oordeel van het hof in rov. 2.4 dat FIAR voldoende belang heeft bij voeging. 

Het incidentele beroep dat is ingesteld onder voorwaarde dat het principale beroep gegrond is en zich richt tegen het oordeel dat FIAR voldoende belang heeft bij voeging wordt afgewezen. Het hof heeft het belang van FIAR bij voeging voldoende gemotiveerd en de eisen van artikel 217 Rv niet miskend door te oordelen dat een nadelige uitspraak voor de Staat en SONT nadelige gevolgen zal hebben voor FIAR, omdat zij als (belangenbehartigers van) importeurs en fabrikanten van harddisk-apparatuur belang erbij hebben dat SONT zo veel mogelijk vrij is om te bepalen welke voorwerpen aan heffing onderworpen zijn.

IEPT20140328, HR, FIAR v Thuiskopie

(kopie origineel arrest) (ECLI-versie)