Artikelen Telegraaf waarin eiser wordt verdacht van oplichting niet onrechtmatig

04-04-2014 Print this page
IEPT20140328, Rb Amsterdam, TMG

Artikelen in Telegraaf over lid bekende advocatenfamilie, waarin wordt gesteld dat eiser wordt verdacht van oplichting en tientallen aangiftes tegen hem zijn gedaan niet onrechtmatig: voldoende steun in de feiten. Eiser heeft zelf publiciteit opgezocht met zijn boek.

 
PUBLICATIE

Kortgeding tussen [M] en TMG over een aantal artikelen die over [M] zijn gepubliceerd in de papieren editie en op de website van De Telegraaf. In de artikelen wordt gesteld dat [M] wordt verdacht van oplichting en dat tientallen aangiften tegen hem zijn gedaan. [M] eist rectificatie, het verwijderen van de artikelen en een schadevergoeding. De vorderingen worden afgewezen.

 

De uitlatingen vinden voldoende steun in het op het moment van de publicaties beschikbare feitenmateriaal. Dat de bewoordingen “verdachte” en “verdenking” formeel juridische onjuist gehanteerd zijn is een nuance die te gering is om daar gevolgtrekkingen aan te verbinden. In het normale taalgebruik is het niet onjuist iemand als verdachte aan te merken indien tegen hem een strafrechtelijk onderzoek is ingesteld. Het zelfde geldt voor de termen “gedupeerden” en “gedupeerde klanten”. Vast staat dat zo’n 20 mensen aangifte hebben gedaan bij het Openbaar Ministerie. De bewoordingen “tientallen aangiften” komen weliswaar overdreven over, vallen binnen de vrijheid van De Telegraaf om zijn eigen (wervende) bewoordingen te kiezen.

 

[M] heeft weliswaar terecht aangebracht dat het feit dat het artikel van 20 februari 2014 op de voorpagina is afgedrukt extra schadelijk is voor hem, maar omdat hij lid is van een bekende advocatenfamilie en met zijn boek ‘De Straatvechters’ zelf de publiciteit heeft opgezocht, staat hij bloot staat aan de belangstelling van de pers.

 

IEPT20140328, Rb Amsterdam, TMG