Beperkte uitleg letterlijke tekst octrooiconclusie op grond van beschrijving
07-04-2014 Print this page
Beperkte uitleg letterlijke tekst octrooiconclusie op grond van beschrijving. Vaststellen beschermingsomvang octrooi: perspectief van gemiddelde vakman op aanvraag- of prioriteitsdatum. Vaststellen inbreuk: mede betekenis aan kennis van de gemiddelde vakman ten tijde van beweerde inbreuk, met name bij equivalentie. 1019h proceskosten € 114.877,50.
OCTROOIRECHT
Cassatie tegen het arrest van het hof Den Haag van 30 oktober 2012 (IEPT20121030), waarin werd bepaald dat Abbott geen letterlijke en equivalente inbreuk heeft gemaakt op EP 902 voor een buigzame, uitzetbare stent gevormd uit een verlengde cilindrische buis. Er was evenmin sprake van inbreuk op moederoctrooi EP 449. Zie ook IEPT20111004 (hof) en IEPT20091223 (rb). Het beroep wordt verworpen.
Medinol klaagt over de uitleg van artikel 1 van het uitlegprotocol van artikel 69 EOV en stelt dat het hof heeft miskent dat de beschermingsomvang van een octrooi wordt bepaald door de letterlijke tekst van de conclusies en (wel kan worden verruimd, maar) niet kan worden beperkt door de beschrijving en de tekeningen. De Hoge Raad deelt deze uitleg niet en herhaalt dat de achter de woorden van de conclusies liggende uitvindingsgedachte het gezichtspunt is tegenover de letterlijke tekst van de conclusies. Hierbij vormen de beschrijving en de tekeningen een belangrijke bron. Het hof mocht daarom op grond van de beschrijving oordelen dat, ondanks dat conclusie 1 de mogelijkheid openlaat dat het octrooi ook ziet op stents met in-fase eerste meanderpatronen, het octrooi alleen ziet op stents met een uit-fase eerste meanderpatroon, gezien het feit dat de gemiddelde vakman uit de beschrijving zou opmaken dat het probleem zich bij stents met een in-fasepatroon niet voordoet.
Ook wordt geklaagd over dat het hof voor de beoordeling van de vraag wat de gemiddelde vakman uit het octrooi zou begrijpen heeft aangehaakt bij de prioriteitsdatum in plaats van de datum van inbreuk. De Hoge Raad maakt onderscheid tussen de vraag naar uitleg van het octrooi met het oog op de vaststelling van de beschermingsomvang daarvan en de daarop volgende vraag of een voortbrengsel of werkwijze onder de vastgestelde beschermingsomvang valt. Voor de eerste vraag moet worden gekeken naar de aanvraag- of prioriteitsdatum, omdat het immers om de vraag gaat wat het octrooi toevoegt aan de stand van de techniek. In het kader van de daarop volgende inbreukvraag kan daarentegen mede betekenis worden gehecht aan de kennis van de gemiddelde vakman ten tijde van de beweerde inbreuk, in het bijzonder waar het erom gaat of sprake is van equivalente elementen. Het hof heeft bij de vraag wat het octrooi toevoegt aan de stand van de techniek dus terecht de prioriteitsdatum tot uitgangspunt genomen, omdat het om het achterhalen van de uitvindingsgedachte in het kader van vraag 1 gaat. De proceskosten worden op grond van artikel 1019h Rv begroot op € 114.877,50.
IEPT20140404, HR, Medinol v Abbott