Verwarringsgevaar tussen “MARINE BLEU” en oudere merk “BLUMARINE” voor kleding
22-05-2014 Print this page
Gemeenschapsmerk – Beroep ingesteld door de aanvrager van het woordmerk "MARINE BLEU" voor waren van de klassen 18, 24 et 25, en strekkende tot vernietiging van beslissing R 1955/2010‑2 van de tweede kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 3 februari 2012 houdende gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de oppositieafdeling tot afwijzing van de oppositie ingesteld door de houder van nationale, communautaire en internationale merken en inschrijvingen voor "BLUMARINE" voor waren van de klassen 3, 9, 14, 18, 19, 23, 24, 25 en 27.
Het beroep wordt afgewezen. BHIM heeft terecht geoordeeld dat de tekens overeenstemmend zijn. Visueel zijn de tekens overeenstemmend, omdat beide tekens “MARINE” bevatten en omdat de totale letters van de tekens zeer vergelijkbaar zijn. Fonetisch gezien zijn de merken eveneens overeenstemmend: “MARINE” wordt het zelfde uitgesproken, net zoals het element “BL”. Begripsmatig stemmen de tekens overeen, omdat een aanzienlijk deel van het publiek de tekens intuïtief zal vertalen. Ondanks dat het oudere merk een zwak onderscheidend vermogen heeft, wordt geoordeeld dat sprake is van verwarringsgevaar. De redenatie van Adler, dat het zwakke onderscheidend vermogen meebrengt dat de overeenstemming geen verwarringsgevaar veroorzaakt, zou ervoorzorgen dat de overeenstemming tussen de tekens wordt genegeerd ten koste van het beperkte onderscheidende vermogen.
„67. Folglich kann auch mit dem Argument der Klägerin, dass kennzeichnungsschwachen Marken ein geringerer Schutz zu gewähren sei, so dass ein minimaler Unterschied zwischen einer älteren Marke und einer angemeldeten Marke nicht zu einer Verwechslungsgefahr führen könne, die Schlussfolgerungen der Beschwerdekammer nicht in Frage gestellt werden. Die von der Klägerin vorgeschlagene Analyse hätte zur Folge, den Faktor der Markenähnlichkeit zugunsten des Faktors, der auf der Kennzeichnungskraft der älteren Marke beruht, zu neutralisieren, womit Letzterem eine übermäßige Bedeutung eingeräumt würde. Daraus ergäbe sich, dass eine Verwechslungsgefahr, sobald die ältere Marke nur schwache Kennzeichnungskraft besitzt, nur im Fall ihrer vollständigen Reproduktion durch die Anmeldemarke vorläge, und zwar unabhängig vom Grad der zwischen den einander gegenüberstehenden Zeichen bestehenden Ähnlichkeit. Ein solches Ergebnis widerspräche jedoch bereits dem Wesen der umfasssenden Beurteilung, die die zuständigen Behörden nach Art. 8 Abs. 1 Buchst. b der Verordnung Nr. 207/2009 vorzunehmen haben (vgl. in diesem Sinne Urteil des Gerichts vom 11. Mai 2010, Wessang/HABM – Greinwald [star foods], T‑492/08, nicht in der amtlichen Sammlung veröffentlicht, Rn. 57 und die dort angeführte Rechtsprechung).“
Lees het arrest hier.