Twijfelachtig of Creditline substantiële investering in databank heeft gedaan: investering ziet op verkrijgen opdrachtgevers en niet op verkrijgen van gegevens van o.a. de debiteuren van die opdrachtgevers. Als gegevens databankenrechtelijk al aan Creditline toekomen, is blokkeren elektronische toegang geen inbreuk op haar databankenrecht. Ook niet in te zien dat dat normale exploitatie databank in gevaar komt door blokkeren elektronische toegang. Voldoende aannemelijk dat afsluiting toegang databank eenmalig was, gezien toezeggingen van B. Uit overeenkomst blijkt niet dat ook opdrachtgevers van Creditline inzagerecht in databank hadden.
DATABANKENRECHT
Kort geding. Creditline heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met B, een deurwaarder. Via de website deurwaarderwijzer.nl zou Creditline altijd toegang hebben tot haar dossiers, die ze aan B ter beschikking stelt. Deze toegang heeft ze gekregen. De opdrachtgevers van Creditline konden ook zelfstandig informatie opvragen. Vanaf 13 maart heeft B de toegang aan Creditline ontzegt, wegens vermeende privacy schending. De toegang is op 18 april weer hersteld, maar niet voor de opdrachtgevers. Creditline vordert, op grond van door haar gestelde databankrechten toegang tot de databank van B. De vorderingen worden afgewezen.
De voorzieningenrechter overweegt dat geen sprake is van schending van enig databankrecht. Zoals B terecht betoogt, is het de vraag of Creditline aan de vereiste substantiële investering heeft voldaan, aangezien de investering van Creditline ziet op het verkrijgen van opdrachtgevers en niet op het verkrijgen van de gegevens van onder meer de debiteuren van die opdrachtgevers. Daarnaast overweegt de voorzieningenrechter, dat als de gegevens in de databank van B al databankrechtelijk aan Creditline toekomen, het blokkeren van de elektronische toegang daartoe niet aan te merken is als inbreuk op een databankrecht van Creditline.
Een beroep op artikel 4 Databankenwet (normaal gebruik), faalt eveneens, omdat nog afgezien of sprake is van een databank die op enigerlij wijze aan het publiek ter beschikking is gesteld, en de vraag wie als producent heeft te gelden, niet in valt te zien dat de normale exploitatie van een databank in gevaar komt. Het artikel ziet niet op de schade die Creditline stelt te lijden, doordat zij geen toegang heeft tot de gegevens. De voorzieningenrechter overweegt verder dat voldoende aannemelijk is dat de afsluiting van de toegang van Creditline tot de databank eenmalig was, gezien de toezeggingen van B, dat zij onder andere in het vervolg, mocht zij voornemens zijn om de toegang te blokkeren, een waarschuwing zal doen uitgaan naar Creditline. Dat de opdrachtgevers van Creditline geen inzage meer hebben in de databank, terwijl dat voorheen wel zo was, is geen grond om de vorderingen op toe te wijzen, omdat uit de overeenkomst niet blijkt dat zij deze rechten hadden. Het voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen, wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing.