Verklaring voor recht dat auteursrechtinbreuk is gemaakt ondanks ondertekende onthoudingsverklaring
05-06-2014 Print this page
Verklaring voor recht van auteursrechtinbreuk, ondanks dat inbreuk is erkend en onthoudingsverklaring is getekend: gedaagde stelt ondanks ondertekening nog steeds dat zij geen inbreuk maakt. Dat zij dat in deze procedure niet doet, maakt niet dat Hermès geen belang meer heeft bij gevorderde verklaring voor recht. Gedaagde schadeplichtig: feit van algemene bekendheid dat IE-rechten in China niet altijd worden gerespecteerd. Veroordeling betaling gederfde winst en schadevergoeding verlies van exclusiviteit: € 9.116,69 + € 10.000. Gedaagde moet rectificatie sturen aan afnemers.
AUTEURSRECHT
Hermès is auteursrechthebbende van en houdster van een aantal Gemeenschapsmodellen voor de vormgeving van het Cheval d’Orient-servies (zie afbeelding links). Gedaagde heeft in 2013 op de woonbeurzen Salon Maison & Objet in Parijs en Ambiente in Frankfuyrt een servies tentoongesteld dat grote gelijkenis vertoond met het servies van Hermès. Hermès heeft conservatoir beslag laten leggen op het servies van gedaagde. Gedaagde heeft later een afstands- en onthoudingsverklaring getekend. Hermès vordert onder andere een verklaring voor recht dat inbreuk is gemaakt op de haar toekomende auteurs- en Gemeenschapsmodelrechten, betaling van gederfde winst en rectificatie.
Ondanks dat gedaagde de auteursrechtinbreuk bij de comparitie van partijen en in haar conclusie van antwoord heeft erkend, wordt de gevorderde verklaring voor recht met betrekking tot inbreuk op het auteursrecht toegewezen. Gedaagde stelt immers zich na het ondertekenen van de onthoudingsverklaring nog steeds op het standpunt dat zij geen inbreuk heeft gemaakt. Dat zij dat in deze procedure niet doet, maakt niet dat Hermès geen belang meer heeft bij de gevorderde verklaring voor recht. Gezien het voorgaande heeft Hermès geen belang meer bij de modelrechtelijke vordering en de vordering uit onrechtmatige daad.
Het betoog van gedaagde dat zij het servies aangeboden kreeg op een bekende meubelbeurs in China, waardoor zij geen enkele reden had te veronderstellen dat dit servies auteursrechtelijk beschermd was wordt afgewezen. De rechtbank verwijst naar een eerdere procedure waarin gedaagde verwikkeld was (IEPT20100224), waarin juist is bepaald dat het een feit van algemene bekendheid is dat intellectuele eigendomsrechten in China niet altijd worden gerespecteerd en de aankoop in China daarom een verzwarende omstandigheid was. Als professionele verkoper had gedaagde in ieder geval over het auteursrecht moeten informeren. Gedaagde is dus schadeplichtig. Gelet op het grote prijsverschil tussen de serviezen stelt de rechtbank het aantal misgelopen verkopen vast op één op tien. Daarnaast neemt de rechtbank de winstmarge van 68% van Hermès mee in haar berekening van de gederfde winst. De gederfde winst is daarom 1/10 x € 134.069 x 68% = € 9.116,69. Voorts moet gedaagde wegens verlies van exclusiviteit € 10.000 aan Hermès betalen. Gedaagde moet daarnaast een rectificatie sturen naar haar professionele afnemers. Ook wordt gedaagde veroordeeld in de 1019h Rv proceskosten van € 14.346,48.