Voorstelling van inrichting van een verkoopruimte als „Apple” flagship store kan onder bepaalde voorwaarden worden ingeschreven als merk
10-07-2014 Print this page
Voorstelling van inrichting van een verkoopruimte van waren als "Apple" flagship store zonder opgave van maten of verhoudingen kan merk zijn indien zij waren en diensten van een onderneming kan onderscheiden van die van andere ondernemingen en geen weigeringsgrond inschrijving belet. Inschrijving ook mogelijk voor diensten die bestaan uit verrichtingen met betrekking tot verkochte waren, indien deze diensten niet een integrerend deel van verkoop van deze waren zijn.
MERKENRECHT
Uit de perscommuniqué: "Apple heeft bij het United States Patent and Trademark Office (octrooi- en merkenbureau van de Verenigde Staten van Amerika) in 2010 een driedimensionaal merk bestaande in de voorstelling in een veelkleurige tekening van haar „flagship stores” doen inschrijven. Dit merk was ingeschreven voor „diensten van detailhandelszaken in computers, computersoftware, computerperiferie, mobiele telefoons, consumentenelektronica en verwant toebehoren alsook demonstratie van daarbij behorende waren”. [...]
Apple heeft vervolgens de internationale inschrijving van dit merk aangevraagd. Het Deutsche Patent- und Markenamt (octrooi- en merkenbureau van Duitsland) heeft in 2013 de uitbreiding tot het Duitse grondgebied geweigerd op grond dat de voorstelling van ruimten voor de verkoop van de waren van een onderneming niets anders dan een wezenlijk aspect van de handel van deze onderneming voorstelde en de consument een dergelijke inrichting niet kan opvatten als een aanduiding van de herkomst van de waren. Apple heeft tegen dat besluit beroep ingesteld bij het Bundespatentgericht (Duitse federale octrooirechter), dat het Hof van Justitie met name vraagt of de voorstelling van de inrichting van een verkoopruimte door een gewone tekening zonder aanduiding van afmetingen of verhoudingen kan worden ingeschreven als merk voor diensten die de consument tot aankoop van de waren van de merkaanvrager moeten overhalen en of, zo ja, een dergelijke „presentatie die een dienst belichaamt” kan worden gelijkgesteld met een „verpakking”. [...]
Volgens het Hof kan een voorstelling die als in het hoofdgeding de inrichting van een verkoopruimte door middel van een ononderbroken geheel van lijnen, contouren en vormen afbeeldt, een merk vormen mits zij waren of diensten van een onderneming kan onderscheiden van die van andere ondernemingen. Voorts kan volgens het Hof niet worden uitgesloten dat de door een dergelijk teken afgebeelde inrichting van een verkoopruimte de betrokken waren of diensten kan identificeren als afkomstig van een bepaalde onderneming. Dat kan het geval zijn wanneer de afgebeelde inrichting significant verschilt van wat de regel of de gewoonte in de betrokken economische sector is.
Het Hof wijst er evenwel op dat de algemene geschiktheid van een teken als merk niet betekent dat dit teken noodzakelijkerwijs onderscheidend vermogen in de zin van de richtlijn heeft. Dit vermogen moet in de praktijk worden beoordeeld enerzijds met betrekking tot de geclaimde waren of diensten en anderzijds op basis van de perceptie van het relevante publiek (namelijk de normaal geïnformeerde, redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument). De bevoegde instantie moet ook door een onderzoek per geval nagaan of het teken al dan niet beschrijvend is voor de kenmerken van de betrokken waren of diensten dan wel valt onder een van de andere in de richtlijn vermelde weigeringsgronden. Volgens het Hof dienen voor een tekening die de inrichting van een verkoopruimte afbeeldt, geen andere beoordelingscriteria te worden toegepast dan voor andere soorten tekens.
Wat ten slotte de vraag betreft of verrichtingen om de consument tot aankoop van de waren van de merkaanvrager te overhalen, „diensten” kunnen vormen waarvoor een teken als in het hoofdgeding als merk kan worden ingeschreven, is het Hof van oordeel dat een teken die de inrichting van de flagship-stores van een fabrikant van waren afbeeldt, waarvan geen van de in de richtlijn genoemde weigeringsgronden de inschrijving belet, geldig kan worden ingeschreven niet alleen voor deze waren, maar ook voor diensten wanneer deze diensten niet integrerend deel uitmaken van de verkoop van deze waren. Verrichtingen die als de door Apple in haar aanvraag vermelde verrichtingen bijvoorbeeld bestaan in demonstraties in deze winkels door middel van seminaries, kunnen op zichzelf verrichtingen tegen betaling vormen die onder het begrip „dienst” vallen.
Het Hof komt tot de conclusie dat de voorstelling van de inrichting van een verkoopruimte door een gewone tekening zonder opgave van afmetingen of verhoudingen kan worden ingeschreven als merk voor diensten die, hoewel zij waren betreffen, niet integrerend deel uitmaken van de verkoop ervan, mits deze voorstelling geschikt is om de diensten van de aanvrager van de inschrijving te onderscheiden van die van andere ondernemingen en mits geen enkele weigeringsgrond zich ertegen verzet."
IEPT20140710, HvJEU, Apple v Deutsches Patent- und Markenamt
Lees het perscommuniqué hier.