Nietigverklaring Beneluxmerken voor (Rummikub) nummerspelsteen en spelrekje en geen merkinbreuk

07-08-2014 Print this page
IEPT20140806, Rb Den Haag, Schmidt v Goliath
(Met dank aan Martin Hemmer en Roderick Chalmers Hoynck van Papendrecht, AKD)

Beneluxmerk voor “Nummerspelsteen” geen onderscheidend vermogen en niet ingeburgerd: normale en traditionele vorm voor spelsteen die veelvuldig voorkomt op de markt en publiek herkent nummerspelsteen niet als herkomstaanduiding.  Beneluxmerk voor “jokerspelsteen” geldig: gebruikt ter onderscheiding van waren, geen eigenschap van de waar, vorm met gat daarin niet technisch noodzakelijk en geen non usus. Beneluxmerk voor “spelrekje” geen onderscheidend vermogen: gangbare vorm in spelbranche. [C] heeft belang bij stakingsvorderingen: onthoudingsverklaring ziet alleen op maangezicht merk en is geen executoriale titel. Onvoldoende gemotiveerd dat Schmidt in Nederland danwel Benelux merkrelevant gebruik heeft gemaakt van gestelde inbreukmakende tekens.

 

MERKENRECHT

 

Schmidt is een Duitse onderneming die spellen en puzzels aanbiedt en is zowel ontwikkelaar, producent en distributeur van spellen. [A] en [B] (samen [C]) zijn erfgenamen van [D], die in de jaren ’40 het spel Rummikub heeft ontwikkeld. Hiervoor hebben zij een aantal Benelux en Gemeenschaps(vorm)merken geregistreerd. Schmidt biedt het My Rummy-spel aan, met onder meer spelstenen met cijfers en jokers in de vorm van een maangezicht erop en een spelrek. Nadat [C] Schmidt had gesommeerd heeft Schmidt in deze procedure de nietigverklaring van de Beneluxmerken gevorderd. In reconventie vordert [C] kortgezegd staking van merkinbreuk door Schmidt.

 

Ten aanzien van de Gemeenschapsmerken is de rechtbank bevoegd om over gestelde Nederlandse inbreuken te oordelen. Voor zover de vorderingen niet beperkt zijn tot Nederland verklaart de rechtbank zich onbevoegd. Over het merk voor de nummerspelsteen wordt geoordeeld dat het geen onderscheidend vermogen heeft, omdat de combinatie van elementen, waaronder het gat, dan wel de deuk onvoldoende verschilt van typische spelstenen in de branche. Van inburgering is gezien de betwisting daarvan onvoldoende gebleken. Het Beneluxmerk voor de jokerspelsteen is wel geldig. [C] heeft voldoende onderbouwd dat het maangezicht afgebeeld op de spelsteen door haar wordt gebruikt ter onderscheiding van waren. Het teken is geen eigenschap van de waar, maar juist de vorm van de waar, hetgeen een merk kan vormen, omdat het teken onderscheidend is. Dat het “deukje” in de steentjes technisch bepaald zou zijn, omdat zo de steentjes makkelijker verschoven zouden kunnen worden, wordt niet aangenomen, omdat [C] gemotiveerd heeft betwist dat de steentjes verschoven worden. Het merk voor de jokerspelsteen is ook normaal gebruikt. Het Beneluxmerk voor het spelrekje mist onderscheidend vermogen, nu de vorm van het spelrekje gangbaar is in de spellenbranche.

 

Dat [C] geen belang zou hebben bij haar stakingsvorderingen, vanwege een door Schmidt ondertekende onthoudingsverklaring is onjuist. De verklaring ziet alleen op het maangezicht en niet op de andere merken van [C], waaronder de jokerspelsteen en de onthoudingsverklaring is geen executoriale titel. Omdat [C] het merkrelevant gebruik van de tekens in Nederland, danwel in de Benelux onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld, wordt geen merkinbreuk aangenomen. De rechtbank verklaart de Beneluxmerken voor het spelrekje en voor het nummersteentje nietig.

 

IEPT20140806, Rb Den Haag, Schmidt v Goliath